Temu laat een deel van zijn producten testen in laboratoria in de magazijnen van zijn logistieke partners, voordat ze naar de
consument gaan. Testbedrijf Bureau Veritas heeft die labs beoordeeld en vastgesteld dat ze technisch geschikt zijn om bepaalde tests volgens
Europese normen uit te voeren. De labs nemen steekproeven bij onder meer sieraden, elektrische apparaten en speelgoed. In een reactie bevestigt Temu dat ook producten voor Europa deze controle doorlopen. Hoeveel producten er getest worden en hoeveel daarvan worden afgekeurd, wil het bedrijf niet zeggen.
Het nieuws komt vijf maanden nadat de Europese Commissie Temu
een boete van 200 miljoen euro oplegde onder de Digital Services Act. Volgens Brussel deed het platform te weinig om de verkoop van illegale en gevaarlijke producten tegen te gaan, waaronder speelgoed, babyartikelen en opladers. Temu investeert dit jaar wereldwijd ongeveer 200 miljoen dollar in naleving en kwaliteitsborging, twee keer zoveel als in 2025.
Wat de labs controleren
De magazijntests zijn een extra controle bovenop de bestaande. Temu keurt producten al voordat ze op het platform verschijnen en houdt ze na de verkoop in de gaten. De nieuwe stap zit daartussen, in het logistieke proces. Daar nemen de labs steekproeven en testen ze onder meer op verboden of beperkte stoffen in sieraden, op de elektrische veiligheid van apparaten en op de veiligheidseisen voor speelgoed. Dat zijn precies de categorieën waarin Europese toezichthouders en consumentenorganisaties de afgelopen jaren regelmatig gevaarlijke producten van Chinese webwinkels vonden.
“Onze ambitie is om de lat hoger te leggen voor de wijze waarop online marktplaatsen producten screenen, door laboratoriumtests een vast onderdeel te maken van het logistieke proces”, zegt een woordvoerder van Temu. “Door deze mogelijkheid in onze bedrijfsvoering te integreren, krijgen we een extra kans om potentiële nalevingsproblemen te identificeren en aan te pakken vóór verzending.”
Bureau Veritas keurde de labs, niet de producten
Belangrijk om te weten is wat Bureau Veritas precies heeft beoordeeld. Het testbedrijf onderzocht de apparatuur, de faciliteiten, het personeel, de werkprocedures en de kwaliteitscontrole van de laboratoria. “De beoordeling betreft de testcapaciteiten van de labs, niet de producten zelf”, schrijft Temu in zijn reactie. Een keurmerk of certificering voor de producten die via het platform worden verkocht is het dus niet. Volgens Temu vullen de magazijnlabs de verplichte onafhankelijke tests door derden aan, en blijven verkopers zelf verantwoordelijk voor de vraag of hun producten aan de wet voldoen.
Bureau Veritas is daarnaast geen nieuwe partij voor Temu. De twee bedrijven werken sinds 2023 samen aan producttests, steekproeven en voorlichting voor verkopers, onder meer voor textiel, elektronica, verzorgingsproducten, materialen die met voedsel in aanraking komen en sieraden. “Dankzij onze samenwerking hebben we van dichtbij kunnen zien hoeveel tijd en energie de teams van Temu investeren in het versterken van hun interne producttests”, zegt een woordvoerder van Bureau Veritas. Temu zegt verder wereldwijd met meer dan zestig onafhankelijke testinstituten samen te werken.
Geen cijfers, geen locaties
Hoeveel producten de labs inmiddels hebben getest, welk deel daarvan is afgekeurd, waar de magazijnen staan en wat er gebeurt met een verkoper van wie een product niet door de test komt is niet bekend. Ook op de vraag of de labs een reactie zijn op de Europese boete ging Temu niet in. Dat maakt het lastig om te beoordelen wat de magazijntests in de praktijk opleveren. Het gaat om steekproeven bij “
een selectie van producten”, en zonder aantallen is niet te zeggen of een Nederlandse
consument die een speelgoedje of oplader bestelt een reële kans heeft dat juist dat product is gecontroleerd.
Of de labs gevaarlijke producten echt uit Europese pakketten halen, zal daarom vooral blijken uit de controles van toezichthouders zoals de NVWA en uit het vervolg van het Europese toezicht op Temu onder de Digital Services Act.