In de afgelopen weken heeft Frankrijk een stap gezet die in Europese context weinig routine is: de Franse overheid
kondigde aan dat 2,5 miljoen ambtenaren uiterlijk in 2027 zullen overstappen van Amerikaanse conferencing-tools zoals
Zoom en
Microsoft Teams naar een in Europa ontwikkelde oplossing. Deze beleidskeuze maakt deel uit van een bredere Europese trend om de afhankelijkheid van niet-Europese technologiebedrijven te verminderen en een eigen, weerbaar digitaal ecosysteem op te bouwen.
De ‘kill switch’ maakt afhankelijkheid zichtbaar
Wat twee jaar geleden nog onderwerp was voor academische studiedagen, is in 2026 realpolitik geworden. De recente discussie over de kill switch-mogelijkheid — het idee dat Amerikaanse techbedrijven diensten kunnen afsluiten onder druk van Amerikaanse wetgeving — illustreert de urgentie van digitale autonomie. Kort geleden werden e-mailaccounts van het Internationaal Strafhof in Den Haag afgesloten nadat de Amerikaanse regering sancties oplegde aan personen van het Internationaal Strafhof, omdat de e-maildienst via Microsoft liep. Dit incident toont aan dat Europese staten en instellingen, ook als zij buiten de VS staan, afhankelijk blijven van Amerikaanse tech-jurisdictie. Het roept de vraag op: wil Nederland zijn digitale infrastructuur blijven toevertrouwen aan systemen waarbij het credo ‘deze knop kan ooit zomaar worden uitgezet’ realistisch is?
Nederland ontdekt zijn digitale afhankelijkheid
In hoog tempo beantwoorden politici en bestuurders deze vraag met een nadrukkelijke “nee”. De Rijksuniversiteit Groningen heeft onlangs een ambitie geformuleerd om in 2030 onafhankelijk te zijn van grote Amerikaanse techbedrijven als het gaat om digitale systemen en applicaties. De gemeente Amsterdam wil uiterlijk in 2035 onafhankelijk zijn van technologiebedrijven die van buiten de Europese Unie komen. In Februari meldden DNB en de Nederlandse grootbanken op zoek te gaan naar Europese alternatieven voor Amerikaanse
software die een strategische zorg is geworden. Onderzoek laat zien dat meer dan tweederde van de onderzochte Nederlandse overheidssites, zorginstellingen en vitale diensten sterk afhankelijk is van Amerikaanse cloud diensten en digitale platforms. Dit betekent niet alleen dat
data mogelijk buiten Europese controle vallen; het betekent ook dat Europese soevereiniteit praktisch en juridisch onder druk staat.
Wat Nederland kan leren van het Franse model
Een breed gedragen Nederlands beleid op dit vlak kan leren van Frankrijk, maar ook van andere Europese regio’s waar digitale soevereiniteit al onderdeel van overheidsstrategieën is. Frankrijk koos bijvoorbeeld voor een stap-voor-stap plan om niet-Europese conferencing tools te vervangen, en baseert dit op het uitgangspunt dat Europese data, communicatie en kritieke digitale functies “onder Europese controle” moeten blijven. Zo’n aanpak combineert pragmatisme met strategische autonomie: het is niet simpelweg protectionistisch, maar gericht op weerbaarheid, beveiliging en technologische eigenheid.
Digitale infrastructuur is ook economisch beleid
Nederland kan zo’n strategie sterker vertalen door niet alleen te kijken naar software- en cloud alternatieven, maar ook naar economisch beleid dat technologische ontwikkeling en innovatie actief stimuleert. Politieke bezorgdheid over overnames — zoals die rond het Nederlandse bedrijf Solvinity, dat betrokken is bij de infrastructuur voor
DigiD en MijnOverheid — toont dat puur marktdenken niet automatisch leidt tot digitale autonomie. De discussie in de Tweede Kamer en bredere maatschappelijke aandacht benadrukken dat essentieel publieke diensten niet blind erop kunnen vertrouwen dat private overnames altijd in publieke belang zijn.
Digitale soevereiniteit als strategische noodzaak
Nederland heeft de technologische en wetenschappelijke fundamenten om op dit vlak een voortrekkersrol te spelen. Vanuit cyberveiligheidsdenken en strategische autonomie-discoursen — concepten die oorspronkelijk uit defensie kwamen maar inmiddels worden toegepast op economie en digitale infrastructuur — wordt steeds duidelijker dat digitale soevereiniteit niet optioneel is maar centraal staat in nationale en Europese veerkracht.
Samenwerking zonder afhankelijkheid
De roep om autonomie betekent niet dat samenwerking met goede partners, inclusief Amerikaanse bedrijven, stopt. Europa heeft decennialang om goede redenen geïnvesteerd in leidende Amerikaanse technologie. Het betekent wel dat Europa én Nederland een technologie- en data-basis moeten hebben die veerkrachtig is in het gezicht van geopolitieke schokken en juridische risico’s. Kijkend naar het Franse voorbeeld ontstaat een blauwdruk voor hoe Nederland dit kan implementeren: door duidelijke doelstellingen, door stimuleringsprogramma’s voor Europese alternatieven, door criteria projecten voor kritieke infrastructuur en door scholing en innovatie-ecosystemen te versterken. Grote organisaties zoals de gemeente Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen kunnen met pilots beginnen om afdelingen te migreren naar Europese alternatieven voor Amerikaanse software. Kleinere organisaties en particulieren kunnen nog makkelijker overstappen naar diverse alternatieven. De komende jaren is een ingrijpende verandering in het Europese tech-landschap wenselijk en haalbaar. We hebben misschien niet zoveel te verbergen, maar wel heel veel te beschermen.