Moeten we wel zo blij zijn met een metaverse?

Moeten we wel zo blij zijn met een metaverse?

Vorig artikel Volgend artikel

De film 'Idiocracy' kwam uit in 2006. Het was, toen nog wel, een komedie, die schertste met een populatiegroei die nogal scheeftrekt op het vlak van intelligentie. Terwijl een yuppenstel decennia dubt over kids, reproduceert redneck Clevon met een tempo waardoor op z'n 40ste zijn familieboom een heel bos is. Of we dat stuk serieus moeten nemen, durf ik niet te zeggen, maar er zaten veel dingen in die film die werkelijk werden. Het wachten is nog op een worstelaar die president van de VS wordt. We zien een populatie die leeft op luxe stoelen met ingebouwd toilet en full immersive VR-brillen met mediasystemen die hersenloze, hypersnelle tv-shows non-stop afspelen. Wall-E had ook zo'n scene, waarin niemand meer beweegt, daar zijn elektrische scooters voor, en alles wordt thuisbezorgd. Kortom, een enge visie van een zeer nabije toekomst, waarin we uit het leven stappen, into entertainment. En dat brengt ons bij het Metaverse (als het aan Meta ligt, anders metaverse).

The Great Equalizer (nogmaals)

Het internet wordt al sinds mensenheugenis (toen de routers nog piepten en pixelporno goed genoeg was) gezien als een transformatieve technologie die verbinding, democratie en gelijkheid gaat brengen. Met de introductie van het Metaverse concept, worden dezelfde beloften afgeroepen. Vooral de blockchain wordt gezien als een revolutionaire oplossing, die het internet decentraliseert, die de mens weer macht geeft.

Onze levens veranderen in een metaverse, we hechten meer waarde aan een virtuele identiteit en uitstraling. Een trendwatcher vertelde me laatst dat er al jongeren zij die virtuele sneakers kopen; virtual fashion, de toekomst en het alternatief op fast fashion. Zo wordt de wereld duurzamer! Om de hoek stonden mensen in de rij bij de Primark, wisten zij nog niet dat het metaverse alles gaat veranderen en dat fashion niet meer belangrijk is? Die belofte van technologie als een ‘Great Equalizer’ is inmiddels zo oud als Methusalem. Onderwijs was ook zo’n equaliser volgens hervormer Horace Mann, maar we weten hoe dat afgelopen is. Nu hebben techno-evangelisten een nieuwe ‘Great Equalizer’ gevonden in het metaverse, maar hoe realistisch is dat?

Technokloof & technocratie

De Primark is natuurlijk een bewust voorbeeld, er is namelijk een grote technokloof in Nederland. Het techno-optimisme is namelijk zo druk met het ophemelen van een concept als virtual fashion, dat het blind is voor de realiteit van rijen voor wegwerpshirtjes en onderbroeken voor de kids om de hoek. Hoe krijg je mensen die een lichte paniekaanval krijgen van de DigiD app zover om die transcendentale stap naar een virtueel walhalla te maken? Hoe gaan we leven in het metaverse als grote delen van onze samenleving effectief digibeet zijn? Daar zit meteen de crux voor die democratisering, die kan nooit inclusief zijn als vele groepen niet meekunnen. De gemiddelde internetgebruiker hapt misschien wel bij cryptocurrencies en heeft social media profielen, maar is daarin afhankelijk van grote, gebruiksvriendelijke platformen.

Facebook, nu Meta, Amazon, Spotify, YouTube, Google, Microsoft, de grote digitaliseringsslag lijkt grotendeels in handen van de techgiganten. Dat is, ondanks de predikers van het tech-utopie, geen democratie, maar een technocratie. En gezien de het beleid en wetgeving simpelweg niet bij is met digitalisering (de GDPR is in feite gewoon een extreme noodoplossing), lopen we hard richting een techno-oligarchie. De thriller ‘The Circle’ van Dave Eggers lijkt het moderne ‘1984’ te worden; het is een waarschuwing, geen handleiding.

Die eeuwige grot van Plato

Het is een beetje een tot cliché verworden verwijzing, om onze relatie met de werkelijkheid te illustreren met de grot van Plato, maar wel accuraat. Het feit is dat onze relatie tot de werkelijkheid altijd gemodereerd wordt. Is het niet door onze eigen aannames, de context en ons eigen verleden, dan wel door technologie of media. We zien altijd schaduwen, maar willen we die schaduwen in handen geven van, laten we eerlijk zijn, bijna niet te regulieren techno-multinationals? Worden we straks allemaal op onze 'toilet-fauteuil' volgepropt met 'snackable' content en thuisbezorgde maaltijden, gevoed door algoritmes en steeds enger intelligente AI? Of vinden we een weg om internet echt die democratische plek te maken; dat tech-utopie? 'Idiocracy' is inmiddels een satire die de spot drijft met gemakzucht (en toch wat voorspellende kracht had). Er was natuurlijk ook The Matrix, en ook daar mogen we op terugkijken met het metaverse.

Immanuel Kant onderschreef dat alle kennis begint met de zintuigen, welke de basisinput is voor onze kennis en rede. Maar wat nou als we die zintuiglijkheid kwijtraken in een virtueel hedonisme? Als onze proprioceptische vermogens, ons gevoel voor ons lichaam en hoe het beweegt in een ruimte en onze omgeving, verloren raken. Misschien moeten we nog eens goed nadenken voor we head-first dat metaverse inhollen met z’n allen (en nog meer bij een Metaverse met hoofdletter).

Dit artikel is geschreven door Guido Segers | Sr. Communications Advisor & Content Strategist, Fontys.

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies