Er rijdt een auto rond in onze steden die je pas opvalt als je eenmaal naast staat. Hij wekt verwondering op omdat hij er totaal anders uitziet. We hebben het over de opkomst van de microcar, de quadricycle in EU-jargon, de brommobiel in de volksmond. Het is één van de meest onderschatte verschuivingen in
stedelijke mobiliteit van dit moment. En dat terwijl de cijfers er ondubbelzinnig op wijzen dat er iets aan het kantelen is.
In Nederland werden vorig jaar ruim 3.600 van dit soort voertuigen geregistreerd, de sterkste jaarlijkse groei ooit voor het segment. Europees gezien groeit de markt voor elektrische micro-voertuigen met een tempo dat marktonderzoekers de afgelopen jaren consequent hebben onderschat. Steden worden voller, emissiezones breiden zich uit, parkeerplekken verdwijnen en de traditionele auto wordt in binnensteden steeds minder een oplossing en steeds meer het probleem. En in dat gat stapt, met enige bravoure en een aluminium carrosserie van 95 kilo, de
Linktour Alumi.
De stad als showroom
In
Amsterdam rijdt de grijze Opel Rocks-e inmiddels in zulke aantallen dat hij bijna standaardmeubilair is geworden. In Milaan stond er op elke paar honderd meter wel een lichtgroene
Fiat Topolino geparkeerd, alsof de stad ze had ingezaaid. En dat is precies waar dit soort voertuigen het beste gedijen, in dichte steden met smalle straten, schaarse parkeerplekken en een bevolking die al lang geleden heeft geaccepteerd dat een auto niet per se groot hoeft te zijn om ook nuttig te zijn.
Maar stedelijke mobiliteit is breder dan de grachtengordel of de Milanese binnenstad. De senior die niet meer comfortabel een grote auto parkeert maar nog wel dagelijks naar de bakker wil. De ondernemer die een lichte bestelvariant zoekt voor last-mile bezorging in een emissiezone. Het vakantiepark dat gasten intern wil vervoeren zonder een vloot golfkarretjes te onderhouden. In al die situaties is een microcar geen compromis maar een logische keuze. De stad is de showroom, maar de markt is groter dan die doet vermoeden.
Twee auto's die er hetzelfde uitzien maar dat niet zijn
De Linktour Alumi bestaat in twee versies die er van buiten identiek uitzien. Beide zijn 2,68 meter lang, hebben een bagageruimte van 310 liter en een aluminium carrosserie die opmerkelijk stevig aanvoelt voor iets wat je in een gemiddeld supermarktparkeervak kwijt bent met ruimte over. Het verschil zit onder de motorkap en op de snelheidsmeter.
Ik reed een halve dag met beide versies in België en dat is precies lang genoeg om een mening te vormen die niet van een persbericht afkomstig is. De rijervaring van de L6 en de L7 is namelijk fundamenteel anders, en dat is meteen ook het grootste marketinguitdaging van Linktour. Twee auto's die er hetzelfde uitzien maar een totaal ander gevoel geven, bedienen een totaal andere doelgroep. Dat is lastig uitleggen in een showroom. Maar daar komen we op terug.
De L6 voor wie geen keuze heeft
De L6 rijdt maximaal 45 kilometer per uur en mag bestuurd worden zonder rijbewijs. Dat is zijn bestaansrecht en tegelijkertijd zijn enige echte verkoopargument. Want wie wél een rijbewijs heeft, heeft eigenlijk geen rationele reden om de L6 te kiezen boven zijn snellere broer. Op een tweebaansweg word je ingehaald door alles wat een motor heeft, inclusief elektrische bakfietsen met een voorlading vol kinderen. Dat is geen schande, maar het is een gegeven waar je vrede mee moet hebben.
Voor wie dat vrede heeft, en die doelgroep bestaat en is groter dan je denkt, begint de L6 op 10.490 euro. Jongeren vanaf 16, senioren die hun rijbewijs hebben ingeleverd, mensen die nooit een rijbewijs hebben gehaald, voor hen is de L6 niet een gecompromitteerde auto maar gewoon de enige optie die een dak heeft en een verwarming. En dat is een prima uitgangspunt toch.
De L7 en de Dacia-vraag
De L7 haalt 90 kilometer per uur, kan de ringweg op, past mee in het verkeer en vereist een rijbewijs. Hij begint op 14.990 euro. En daar begint ook het lastigste gesprek dat een Linktour-verkoper moet voeren, want op dat prijsniveau staat een Dacia Sandero al in de showroom te lonken. Meer snelheid, meer bereik, meer maatschappelijke acceptatie, en een kofferbak waar je ook echt iets in kwijt kan.
De L7 moet het dan hebben van iets anders. Geen wegenbelasting. Geen APK. Een verzekeringspremie die je nauwelijks terugziet op je bankafschrift. En een verbruik dat je thuis afdekt met vier zonnepanelen die je anders toch al had liggen. Als je de totale gebruikskosten over drie jaar naast die van een vergelijkbare conventionele auto legt, kantelt het plaatje. Maar dat vergt een rekenmachine en een beetje geduld, en die combinatie is in een showroom zeldzamer dan een lege parkeerplaats in Amsterdam.
De slimste koper rijdt hem als tweede auto
Hier zit de echte markt, en die wordt nog te weinig benoemd. Niet de jongere zonder rijbewijs, niet de senior op de fietsstraat. De meest kansrijke koper van de Linktour L7 is het huishouden met twee auto's waarvan er één tachtig procent van de tijd wordt gebruikt voor ritten onder de dertig kilometer. Boodschappen, school, werk in de buurt, de sportclub op vrijdagmiddag. Die persoon heeft een rijbewijs, woont in of nabij een stad, laadt thuis op zonnepanelen en gebruikt de grote gezinsauto drie dagen per week niet.
Voor dat huishouden is de L7 geen compromis maar een bewuste keuze die ook nog eens financieel verdedigbaar is. De tweede auto die goedkoper is in aanschaf, goedkoper in gebruik en makkelijker te parkeren dan wat er nu op de oprit staat. Dat verhaal is concreet, herkenbaar en veel overtuigender dan een abstract pleidooi voor duurzame stedelijke mobiliteit.
Wie is het meest kansrijk?
De L7, zonder twijfel. Maar misschien niet om de redenen van Linktour zelf. De L6 heeft een heldere bestaansreden voor een specifieke doelgroep die geen alternatief heeft. Dat is een stabiele markt maar geen grote. De L7 speelt in een veel groter veld, mits hij wordt gepositioneerd als de slimste tweede auto van het huishouden en niet als een goedkope kleine auto die het opneemt tegen de Dacia. Want dat gevecht wint hij niet op papier. Wel op je bankrekening aan het einde van het jaar.
Of urban
mobility de markt gaat veroveren? In steden is dat proces al een tijdje bezig. Buiten de grote steden gaat het langzamer, maar de argumenten worden sterker naarmate brandstofprijzen stijgen en emissiezones zich uitbreiden. De Linktour Alumi is in ieder geval een voertuig dat het gesprek waard is. Een halve dag rijden in België heeft me ervan overtuigd dat het ook een voertuig is dat zijn beloftes waarmaakt.
De L7 zou mijn keuze zijn. Die vierduizend euro extra is de prijs die je betaald van nooit meer te worden ingehaald door een bakfiets. De L6 is echt voor wie geen rijbewijs heeft en daar ook vrede mee heeft. En dat zijn meer mensen dan je denkt.