ICT in het onderwijs: gemiddeld vijf leerlingen per computer op school

Vorig artikel Volgend artikel

Kennisnet heeft zijn jaarlijkse ICT monitor voor het onderwijs (basis-, voortgezet- en middelbaar beroeps-onderwijs) gepubliceerd. Duidelijk is dat in het onderwijs een sterke stroming is om alle leerlingen in de klas voor het onderwijs over computers te laten beschikkingen. Het gaat vooruit maar met gemiddeld nu per vijf leerlingen één computers is er nog veel te doen. Opvallend is dat het Voortgezet Onderwijs in ICT voorzieningen voor het onderwijs achterloopt, dat het basis-onderwijs heel actief is, en alleen het Middelbaar Beroepsonderwijs al voor een groot deel hun ICT-infrastructuur en digitaal onderwijs voor elkaar hebben.

Een korte review van de stand van zaken:

Een kleine greep uit resultaten van het onderzoek:

- gemiddeld zijn er op de scholen nu 5 leerlingen voor één computers.

- de aanwezigheid van Digiborden op de scholen gaat snel naar de 100%.

- Wifi is op  basisscholen in 43% van de scholen aanwezig, in het voortgezet onderwijs in 67% en bij het HBO in 90% van de scholen.

- Bij het op school gebruik maken van internet gaat op de lagere scholen voor 58% van de gevallen om het opzoeken van informatie. Voor het voortgezet onderwijs is dat percentage 43% (!) en in het HBO 85%.

- het percentage leraren dat computers gebruikt bij het onderwijs op school: 91% , 59%  en 72% respectievelijk in het basis onderwijs, het voortgezet onderwijs en het HBO.

- een kwart van het lesmateriaal is nu elektronisch.

- 60% van de onderwijzers/leraren beschikt over de juiste vaardigheden om met ICT in de klas om te kunnen gaan.

- 70% van de MBO studenten maakt zijn huiswerk al op de computer thuis.

leerlingen op internet

Gezien de aanwezigheid van computers en laptops in huis, zou een oplossing voor het aantal beschikbare computers voor de leerlingen kunnen worden opgelost als we er van uit kunnen gaan dat alle leerlingen hun eigen laptop of tablet met naar schoolnemen. De leraren verwachten eigenlijk dat dat al vrij snel zal kunnen.

Het rapport heet de 'Vier in Balans Monitor'. De samenstellers stellen terecht dat ICT voor het onderwijs op school niet domweg de beslissing is om een hoeveelheid laptops aan te kopen en deze in een netwerk te plaatsen. Iedere school zal eerst toch een plan moeten hebben over wat (1) de Visie is die men heeft van onderwijs met ICT middelen, (2) de deskundigheid van het onderwijspersoneel om met die middelen te kunnen omgaan, (3) de beschikbaarheid van digitaal lesmateriaal en (4) de ICT infrastructuur die benodigd is. Al deze zaken zullen door alle scholen individueel samenhangend moeten worden bepaald voordat computers in de klas zin hebben en effectief kunnen zijn. Een goed uitgangspunt en eigenlijk zou de onderwijs inspectie ook moeten toezien dat deze samenhang er is en komt.

Het rapport is nuttig en informatief binnen de kaders van het huidige (klassikale) onderwijs. ICT wordt daarin gezien als nuttige en effectieve ondersteuning van het normale standaard onderwijs programma. Dus het gaat om onderwijsmethoden en boeken die digitaal beschikbaar komen, op de schermen gelezen kunnen worden en opdrachten die interactief op de computer worden uitgevoerd. Huiswerk dat elektronisch via email binnenkomt.

Nog steeds onder leiding van de onderwijzer of leraar die een groep kinderen in een bepaald jaar aan zich toevertrouwd heeft gekregen. Computers in het onderwijs is natuurlijk ook modern en deze ontwikkeling is niet meer te stoppen. In het onderwijs wil men dat ook niet, maar het mag ook niet helemaal "uit de hand lopen". In het rapport is dan ook opeens sprake van:

"De onderwijstijd die leerlingen op school effectief achter de computer
kunnen doorbrengen is volgens leraren begrensd: maximaal 8 tot 15 uur
per week (figuur 3.7). Dat komt neer op gemiddeld 1,5 tot 3 uur per dag.
Het aantal uren dat leerlingen op school en thuis effectief kunnen leren
met behulp van de computer varieert voor het voortgezet onderwijs
en middelbaar beroepsonderwijs van 22 tot 27 uur per week. In het
basisonderwijs verwachten leraren dat de computer, op school en thuis,
wekelijks 15 uur aan effectieve leertijd kan ondersteunen." 

De genoemde maximale aantal uren zal ongetwijfeld onderbouwd zijn met gedegen onderzoek, maar het is natuurlijk "wishful thinking". Want het gebruik van computers bij het leren zal wat betreft de uren die leerlingen achter de computer zitten niet te stoppen zijn.

Ook de rol van het Internet wordt nog erg bekeken vanuit de klassieke rol van een leraar: die heeft het monopolie over wat, op welke manier en wanneer aan de leerlingen wordt overgedragen. Daarin passen nog opmerkingen in het rapport van:

"Maar internet is niet zonder meer een goede leeromgeving. Leerlingen
blijken bronnen op internet zelden kritisch te evalueren. ze kijken vooral
of de informatie in het nederlands is, of de site snel antwoord geeft
op hun vraag en er goed uitziet. Om internet effectief te gebruiken
voor kennisverwerving zijn informatievaardigheden onmisbaar (Kuiper,
2007; Walraven, 2008; 2011). Maar die vaardigheden worden nog niet
systematisch onderwezen (...). Een goede manier om het aanleren
van informatievaardigheden te ondersteunen zijn webquests (Droop,
2011)."

Wat we zullen zien is dat het onderwijs in Nederland, al dan niet met actieve ondersteuning van onze overheid, de computers inderdaad in de klaslokalen krijgt. En dat dus noodzakelijkerwijze de leraren uiteindelijk gewoon op dat terrein geschoold zullen zijn. Ook zal de trend zijn dat bijna al het lesmateriaal digitaal wordt. Allemaal nuttig en nodig en het rapport beschrijft inzichtelijk hoe ver we daar al mee zijn. Overigens zo op het oog lijkt het Voortgezet Onderwijs het digitale zorgenkindje te worden. En de MBO is eigenlijk al heel ver!

Maar als we die fase gehad hebben, gaat het m.i. pas beginnen. Het gebruik van de computers en vooral internet door de leerlingen buiten de schoolmuren zal zo dominant worden, en leerlingen zullen steeds meer in staat zijn zelf infomatie te verzamelen en die leren toe te passen, dat dat ook de methoden en uitgangspunten van het huidige onderwijs zal ondermijnen. Dan begint de onderwijs-revolutie pas echt, en dan ook maar hopen dat scholen, onderwijspersoneel en vooral de overheid de flexibiliteit heeft om de "oude" waarden en uitgangspunten van het 19de eeuwse onderwijssysteem aan te passen, en waar nodig overboord te gooien en met werkelijk effectief onderwijs in het internettijdperk te komen.

Het is een uitstekend en informatief rapport. Voor iedereen die nadenkt over wat Internet voor effect zal hebben op ons onderwijs verplichte literatuur. Het rapport Vier in Balans Monitor 2011 is hier te downloaden.

vier in balans 2011