Gaming05.11.2015

Deels revanche voor Halo 5: Guardians


Geen 'Master Chief', maar ook geen meesterwerk

De Master Chief Collection bleek vorig jaar geen groot succes. Niet dat de verzameling van oude Halo titels zo verouderd waren, maar de servers bleken weken tot maanden bijna onbereikbaar. Halo 5: Guardians moest deze nare smaak wegspoelen. Slaagt 343 Industries slaagt daar in?

Om de vraag gelijk maar te beantwoorden: dat zeker. 343 levert een titel af die zijn voorgangers regelmatig evenaart en af en toe zelfs naar de kroon steekt. Helaas weet de ontwikkelaar Halo 5: Guardians nooit naar een hoger plan te brengen. Soms voelt het zelfs wat ouderwets aan.

Toch hoeft dat niet slecht te zijn. First Person Shooters bezwijken soms onder het gewicht van alle extra game elementen zoals open ‘dynamische’ werelden, RPG elementen en talloze upgrades. De strak ontworpen lineaire werelden van Halo voelen bij tijd en wijlen zelfs verfrissend aan.

Het verhaal helpt ook. Het is niet geweldig, maar het houdt de vaart er goed in. Dat gaat wel ten koste van de diepgang van de karakters, hoofdrol spelers Locke en Master Chief blijven te stoïcijns onder alle gebeurtenissen, maar een enorme plottwist zorgt dat je toch geboeid blijft spelen. Alleen eindigt het nogal abrupt.

De snelheid zit hem ook in de gameplay. Dankzij een raketaandrijving op de rug rammen de Spartanen door kwetsbare muren heen, springen ze gemakkelijker op hoger gelegen plateaus, duiken ze als haviken op een niets vermoedende prooi en zijn ook nog eens wendbaarder in het gevecht.

Dat opent deuren. De levels zijn speciaal gemaakt voor vier man flanking tactieken. Een nauwe gang blijkt ineens een extra uitgang te hebben waarmee je de vijand in de zij kan aanvallen. Halo 5: Guardians beloont daarmee de nieuwsgierigen, en houdt zo de gevechten spannend.

Helaas maak je daar als team zo weinig gebruik van. Je teamleden verdwalen dan nooit of staan zelden in de weg, tactisch inzicht hebben ze niet. Je kan ze met één knop aansturen, maar vaak hobbelen ze al snel weer achter je aan. Het frustreert zelden, maar de optie voegt ook niet veel toe.

Het wordt af en toe bijna komisch als je zwaargewond neervalt. Net zoals Gears of War kent Halo 5: Guardians nu ook een healing-systeem. Het probleem: als je om hulp roept, rennen alle teamleden op je af. Dat maakt hen tot een makkelijke prooi, vooral bij baasgevechten.

Halo blijft natuurlijk een multiplayer game. Het goede nieuws is dat de servers het houden. We spelen de hele week al zonder enige vertraging, crashes of (veel) te lange wachttijden. Slechts één keer werden we eruit gebonjourd. 343 Industries – en Microsoft – hebben zich dus gerevancheerd.

Verder zullen aardig wat Halo fans verheugd reageren op het nieuws dat je vooraf niet meer je uitrusting kan selecteren. Als vanouds begin je met een standaard outfit en liggen alternatieve schietijzers door het veld verspreid.

halo_5_guardians_1
halo_5_guardians_1

Wel zal iedereen moeten wennen aan de snelheid van de game. De raketaandrijving zorgt ervoor dat een tegenstander je volslagen kan verrassen. Spelers klagen nu al over de radar die hen te weinig zou waarschuwen. Anderzijds maakt het de game wel spannender.

343 Industries heeft zijn online modi in Arena en Warfare gesplitst. De eerste geeft je een optie waarin je automatisch tussen onder andere Slayer, Domination en Capture the Flag wisselt. Dat levert een zeer welkome variatie op en het verleid je tot het spelen van iets anders.

Breakout bijvoorbeeld. In deze smalle arena proberen twee teams elkaars leden af te schieten of de vlag in elkaars basis te planten. Daardoor krijg je zeer rappe potjes, vooral omdat schilden niet kunnen regenereren. Nog beter: het team met de minste leden heeft nog steeds kans het potje te winnen, als ze de vlag weet te planten. Het maakt de matches verrassend diepgaand.

De meest ambitieuze mode blijft echter Warfare. 343 Studios combineert hier Halo met Dota 2. Je kan op twee manieren winnen: je verovert alle basissen en vernietigt dan de Core of je verzamelt 1000 punten door onder andere sterke vijanden (die bij tijd en wijle verschijnen) te verslaan.

En net zoals bij de gemiddelde MOBA kent ook Warfare een winkel, waar Spartanen verdiende punten kunnen besteden aan betere wapens en zelfs voertuigen. Geduldige spaarders kunnen – in een later stadium – zelfs met tanks aan de slag.

343 Studios introduceert daarbij een kaartensysteem. Spelers kunnen pakjes met in-game geld kopen, die ze vergaren door simpelweg online te spelen. De kaarten leveren speciale voertuigen of wapens op die je overigens maar één keer in Warfare kan gebruiken – en je moet ze in de match aanschaffen.

Dat maakt de volgende beslissing van 343 een tikkeltje bizar. Je kan de kaarten namelijk ook met echt geld kopen. Vreemd genoeg vallen er voldoende punten te verdienen zodat je niet gedwongen wordt naar de portemonnee te grijpen. Daardoor twijfelen we wel aan het nut van deze microtransacties.

Warfare kent echter een groter probleem: het intimideert enorm. Niet zozeer door de objectives zelf, maar hoe ze te behalen. Waar start je? Moet je voor een basis gaan of voor die vijand die zo veel punten oplevert? Moet je die gelijk spenderen of juist sparen? En dan de grootste vraag: hoe krijg alle neuzen van je acht teamleden in dezelfde richting?

Dat neemt niet weg dat Warfare met een duidelijke missiestructuur, afwisseling en een goede balans een boeiend concept is. In de praktijk zal het echter veel beginners overweldigen en we vrezen dat zij liever doorgaan met het ijzersterke Arena of de rentree van het populaire Big Team Battle zullen afwachten.

Toch weet 343 Industries opnieuw een robuuste Halo-game af te leveren. Het doet dan de Destiny’s, Call of Duty’s of Far Cry’s van deze wereld niet vergeten, de Single Player en de online Arena modus zullen de fans zeer bekoren. Of dat ook voor Warfare geldt kunnen we alleen nog niet zeggen.

Martijn Steinpatz

Martijn Steinpatz schrijft al jaren over games en speelt ze nog veel langer. Wil meer dan alleen standaard artikelen schrijven.