cloud engineers computing

De grootste bedrijven van Nederland zijn IT-bedrijven geworden

TechnologiedoorBart Sanders
Tien jaar geleden kon je redelijk eenvoudig uitleggen wat het hart van een groot bedrijf was. Bij PostNL waren dat de logistieke netwerken en sorteercentra. Bij een bank waren het kantoren, financiële producten en adviseurs. Inmiddels is dat beeld fundamenteel veranderd. Voor vrijwel iedere grote Nederlandse organisatie is IT onderdeel van het primaire proces geworden.
Kijk naar PostNL. Het bedrijf noemt Data & Tech inmiddels expliciet als motor van de transformatie naar een ‘AI-first organisation’. AI en analytics worden dagelijks gebruikt voor routeplanning, capaciteitsprognoses en het optimaliseren van pakketstromen. Of kijk naar Albert Heijn. Daar bepaalt technologie mede hoe klanten winkelen, van de app en bezorging tot AI voor recepten en winkelmedewerkers. Ahold Delhaize heeft inmiddels zelfs een CTO in het Executive Committee die verantwoordelijk is voor architectuur, digitale innovatie, platforms, data, analytics en cybersecurity.
Bij banken is het misschien nog duidelijker. Wie bij ABN AMRO, Rabobank of ING een betere digitale dienst als eerste introduceert, heeft direct een concurrentievoordeel. Een nieuwe functie in de bankapp moet snel beschikbaar zijn, stabiel functioneren en veilig zijn. IT ondersteunt de bank dan niet meer; IT ís voor een belangrijk deel de bank.

Snelheid is onderdeel van de concurrentiestrijd

Deze verschuiving verandert de eisen die grote organisaties aan hun IT stellen. Toen IT vooral ondersteunend was, kon een grote release eens per jaar soms voldoende zijn. Als digitale diensten je primaire klantcontact en concurrentiemiddel zijn, is dat ondenkbaar. Software moet voortdurend worden aangepast.
Die behoefte aan wendbaarheid verklaart mede de enorme opkomst van de Amerikaanse hyperscalers. Microsoft, Google en Amazon bieden een enorme catalogus aan diensten waarmee ontwikkelaars snel nieuwe functionaliteit kunnen bouwen. Volgens onze ervaring draait inmiddels bij ongeveer 80 procent van de grote Nederlandse organisaties wel iets in de Microsoft-cloud.
Daar komt nu een tweede vraag bovenop: hoe behoud je die snelheid en innovatiekracht, terwijl je ook meer controle wilt over data, infrastructuur en juridische afhankelijkheden? Digitale autonomie is daardoor van beleidsthema een technische ontwerpvraag geworden.
Bij KPN werken we bijvoorbeeld met STACKIT aan een soevereine Europese cloud. STACKIT levert het Europese cloudplatform; KPN verzorgt Nederlandse datacenters, connectiviteit, integratie en beheer. Het uitgangspunt is dat Europese governance en compliance niet ten koste mogen gaan van de ervaring van developers. Een cloud die alle vinkjes van de CISO krijgt, maar waar geen ontwikkelaar graag op werkt, gaat uiteindelijk niet vliegen. KPN en STACKIT verwachten de Nederlandse regio medio 2027 beschikbaar te maken.

De nieuwe system integrator schrijft zelf code

Ook het werk van een system integrator verandert hierdoor snel. Traditioneel kochten partijen als KPN en IBM softwareproducten van leveranciers, voegden die samen en beheerden het resultaat voor klanten. Tegenwoordig bouwen system integrators steeds meer zelf.
Infrastructuur wordt code. Configuratie wordt code. Automatisering wordt code. Open source speelt een grotere rol. Daardoor is kunnen programmeren voor steeds meer technische functies geen specialisme meer, maar basisgereedschap. Tegelijk verdwijnen de traditionele grenzen in de technische stack. Een goede engineer moet begrijpen wat er gebeurt van infrastructuur en cloudplatform tot applicatie, security en data.
System integration betekent daardoor ook meer dan techniek koppelen. Rond een nieuw cloudplatform moeten datacenters worden ingericht, connectiviteit worden geïntegreerd, honderden medewerkers worden opgeleid, servicedesks en enablementteams worden opgezet en 24/7-processen worden ingericht. Tegelijk moeten klanten daadwerkelijk naar die omgeving worden gebracht.
Dat is de omgeving waarin mijn cloudunit werkt. KPN heeft expertise die voorheen over dertien onderdelen verspreid zat bij elkaar gebracht in één organisatie. De unit telt inmiddels rond de 300 FTE, aangevuld met specialisten van partners. Voor mij is daardoor zelden de belangrijkste vraag óf we een technisch probleem kunnen oplossen. Veel vaker is de vraag welk probleem we als eerste oplossen.

Slim, technisch en een tikje onbevangen

Dat vraagt ook een ander type IT-professional. Die moet technisch dieper kunnen gaan dan voorheen. Ik zoek steeds vaker mensen die goed kunnen programmeren en zich comfortabel voelen bij abstracte problemen. Een achtergrond in informatica ligt voor de hand, maar wiskundigen, natuurkundigen en andere technisch sterke academici kunnen minstens zo interessant zijn. Het gaat vooral om analytisch vermogen en het vermogen complexe systemen te doorgronden.
Ervaring helpt, maar twintig jaar ervaring is niet automatisch beter dan vijf jaar. Technologie verandert daarvoor te snel. Nieuwsgierigheid, zelfstandigheid en het vermogen om zelf koers te bepalen zijn minstens zo belangrijk. In ons team wordt veel geëxperimenteerd. Ik heb liever iemand die een nieuw probleem snel begrijpt en durft te bouwen dan iemand die vooral precies weet hoe we het tien jaar geleden deden.
Soevereiniteit voegt daar een nieuwe dimensie aan toe. Bij gevoelige omgevingen kunnen eisen gelden aan locatie, screening, toegangsrechten en de jurisdictie waaronder beheer plaatsvindt. KPN richt zijn soevereine cloud daarom expliciet in met data, toegang en beheer binnen Europese kaders. Dat is iets anders dan nationaliteit als algemene selectie-eis: voor goed IT-werk blijven kwaliteit, expertise en diversiteit van perspectieven essentieel.
Misschien is dat wel de grootste verandering. De beste system integrators zijn niet langer organisaties die vooral andermans technologie beheren. Ze moeten zelf kunnen ontwerpen, programmeren en vernieuwen. Wie voor de grootste bedrijven van Nederland IT bouwt, werkt tegenwoordig rechtstreeks aan hun concurrentiekracht.
Deel dit bericht

Loading