De digitale dreiging voor
bedrijven in
Nederland groeit snel. Aanvallen worden intelligenter, sneller en goedkoper uit te voeren door criminelen die kunstmatige intelligentie, social engineering en geautomatiseerde exploitkits inzetten. Dat beeld wordt
bevestigd door het
KPN-onderzoek Cybervolwassen Nederland 2025, uitgevoerd onder ruim 200 IT- en securityprofessionals. Een ruime meerderheid van hen geeft aan dat het dreigingsniveau in het afgelopen jaar verder is toegenomen, terwijl de eigen organisatie moeite heeft om in hetzelfde tempo mee te bewegen. De traditionele benadering van cyberbeveiliging – het optuigen van muren om aanvallen af te weren – volstaat niet meer. Organisaties moeten in 2026 prioriteit geven aan digitale weerbaarheid in plaats van louter preventie, omdat aanvalstechnieken en de snelheid waarmee kwetsbaarheden worden benut recordniveaus bereiken. Vertragingen bij implementatie van
wetgeving als NIS2 betekenen niet dat actie kan wachten; juist nu moeten bedrijven hun strategie voor veiligheid en continuïteit herijken.
Assume-breach
De eerste prioriteit voor Nederlandse bedrijven in 2026 is het cultiveren van een assume-breach-mindset: ga uit van het principe dat systemen vroeg of laat worden gecompromitteerd. Uit het onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de respondenten ervan uitgaat dat hun organisatie al eens onopgemerkt is binnengedrongen, maar dat detectie en opvolging vaak tekortschieten. Dat sluit aan bij de realiteit waarin aanvallers steeds vaker misbruik maken van geldige accounts en identiteiten, waardoor klassieke beveiligingslagen worden omzeild.
Dit betekent dat risicobeheersing niet stopt bij firewalls en antivirus, maar geïntegreerd moet zijn in bedrijfsvoering, ontwikkeling en incidentrespons. Organisaties moeten risicoanalyses, monitoring en detectieprocessen continu verbeteren, bijvoorbeeld door inzet van geavanceerde detectie en correlatie van signalen, zodat afwijkend gedrag sneller zichtbaar wordt en reactietijd substantieel wordt verkort. Opvallend is dat veel organisaties wel incidenten registreren, maar minder goed voorbereid zijn op grootschalig herstel. Een assume-breach-aanpak betekent daarom ook dat incidentrespons en herstel structureel moeten worden geoefend en vastgelegd, inclusief duidelijke verantwoordelijkheden en beslislijnen buiten de IT-afdeling alleen.
Compliance voor strengere regelgeving
De tweede prioriteit ligt op naleving van aankomende en bestaande wetgeving. Europa werkt aan een steeds steviger juridisch kader rond cyber- en digitale weerbaarheid. De NIS2-richtlijn breidt de verplichtingen rond risicoanalyses, meldplicht en toezicht uit naar een bredere groep organisaties. Veel IT- en securityprofessionals maken zich zorgen over de mate waarin hun organisatie hier daadwerkelijk klaar voor is. Een aanzienlijk deel geeft aan dat governance, rapportage en bestuurlijke betrokkenheid nog onvoldoende zijn ingericht.
Daarnaast komt de Europese Cyber Resilience Act in beeld, die de verantwoordelijkheid voor digitale veiligheid nadrukkelijk bij producenten en leveranciers legt. Hoewel deze regelgeving grotendeels pas later volledig van kracht wordt, benadrukt het onderzoek dat veel organisaties nu al worstelen met ketenafhankelijkheden en beperkte zichtbaarheid op risico’s bij leveranciers. Compliance raakt daarmee niet alleen de
security-afdeling, maar ook inkoop, productontwikkeling en contractmanagement. Bedrijven die in 2026 investeren in structurele cybersecurity-governance bouwen niet alleen aan naleving, maar ook aan voorspelbaarheid en vertrouwen in de keten.
Digitale cultuur
De derde prioriteit in 2026 is het adresseren van de menselijke factor binnen digitale weerbaarheid. Techniek is noodzakelijk, maar menselijke fouten, onbewust risicovol gedrag en gebrek aan alertheid behoren nog steeds tot de belangrijkste oorzaken van incidenten. Veel respondenten geven aan dat security-bewustzijn in hun organisatie wel aandacht krijgt, maar te vaak incidenteel of reactief is ingericht.
Digitale weerbaarheid vraagt om verankering in de bedrijfscultuur. Security-bewustzijn moet een continu leerproces zijn, ondersteund door realistische oefeningen, simulaties en duidelijke feedback. Dat geldt niet alleen voor medewerkers, maar nadrukkelijk ook voor management en bestuur. Het onderzoek laat zien dat waar bestuurders actief betrokken zijn bij cyberrisico’s, organisaties aantoonbaar beter voorbereid zijn op incidenten. Digitale weerbaarheid raakt daarmee aan leiderschap, besluitvorming en organisatiegedrag, niet alleen aan techniek.
Continu proces
De drie prioriteiten voor Nederlandse bedrijven in 2026 – een assume-breach-mindset, structurele compliance en een volwassen digitale cultuur – vormen samen één agenda. Het onderzoek onderstreept dat veel organisaties nog onderweg zijn naar die volwassenheid. Digitale weerbaarheid is geen project met een einddatum, maar een continu proces dat vraagt om blijvende aandacht, investeringen en bestuurlijke betrokkenheid. Bedrijven die dit tijdig onderkennen, bouwen niet alleen een robuustere verdediging, maar ook strategisch voordeel. In een economie waarin digitale verstoring de norm is geworden, is weerbaarheid geen kostenpost meer, maar een randvoorwaarde voor continuïteit, vertrouwen en toekomstbestendigheid.