Formule 1 in 2021: 40 miljoen schade in 22 raceweekenden

Formule 1 in 2021: 40 miljoen schade in 22 raceweekenden

Max op drie met voor bijna 4 miljoen aan ‘deuken’ in zijn Red Bull

Vorig artikel Volgend artikel

We kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Het eerste Formule 1 seizoen waarin een Nederlandse coureur niet alleen kans maakte op de hoofdprijs, maar die ook daadwerkelijk won. Deze week kwam daar nog een prijs bij voor de kersverse wereldkampioen. Max Verstappen werd uitgeroepen tot sportman van het jaar. Een titel die, in tegenstelling tot het F1-kampioenschap, al bij voorbaat beslist leek. Zijn directe concurrenten, baanwielrenner Harry Lavreysen en BMX’er Niek Kimman – beide gouden medaillewinnaars in Tokyo – zeiden vooraf zelf al dat ze geen schijn van kans hadden. Daar hadden ze overigens ook vrede mee.

Schumacher voor Verstappen

De experts van het Duitse Sky Sports zochten uit of Max misschien nog een titel kon worden toebedeeld. Een beetje een twijfelachtige titel weliswaar. Die van de coureur die dit jaar de meeste schade gereden heeft. Op een paar ton na belandde ‘onze Max’ daar, met 3,9 miljoen euro aan schades, op de derde plek. Onder het mom van ‘waar gewerkt wordt vallen spaanders’. In de Formule 1 zijn dat dan wel meteen hele dure spaanders. De coureur met de meeste schade was Mick Schumacher. Zijn Haas-Ferrari moest in totaal voor meer dan 4,3 miljoen gerepareerd worden. Ferrari rijder Charles Leclerc eindigde in dit lijstje op de tweede plek, met bijna 4,1 miljoen.

En Hamilton? Die deed met zo’n 1,2 miljoen euro aan schade best netjes. De meest ‘voorzichtige’ coureurs waren de teamgenoten bij Alpine, Fernando Alonso en Esteban Ocon. Hun schades kwamen naar schatting uit op respectievelijk 320.000 en 280.000 euro. De totale schadepost van alle coureurs samen kwam dit jaar uit op zo’n 40 miljoen euro. Best een stevig bedrag als je bedenkt dat die 40 miljoen bij elkaar gereden werd in 22 races van zo’n 300 kilometer.

Max-Schadevrij
Ondanks de bijna 4 miljoen aan schades, reed Max een geweldig seizoen in de Formule 1. (Foto: RadomWinner via Pixabay)

Een budgetplafond vanaf 2022

Uiteraard geven de teams zelf geen exacte informatie over de kosten van Uiteraard geven de teams zelf geen exacte informatie over de kosten van een Formule 1 bolide, en de bedragen die gemoeid gaan met de ‘reparaties’. Het zijn dus allemaal schattingen, die wellicht redelijk in de buurt van de waarheid liggen. Daarbij moet je weten dat topteams zoals Mercedes, Red Bull en Ferrari in 2021 zo’n 400 miljoen, per team, uitgaven. Een F1-bolide kost naar schatting zo’n 5 miljoen.


In 2022 gaat er op dat gebied wel iets veranderen. Vanaf dan worden de F1-teams gehouden aan een zogenoemd budgetplafond. Ze mogen dan in het hele seizoen niet meer dan 175 miljoen dollar uitgeven. Daarbij moet wel aangetekend worden dat een aantal kosten, die nu wél in de budgetten zitten, niet meetellen voor het budgetplafond. En daar zitten best forse kostenposten bij, zoals de salarissen van coureurs, marketingkosten, reiskosten en de kosten van de motor. Dat laatste is vreemd, maar het was dan ook een hele klus voor de FIA om alle teams op één lijn te krijgen. De verwachting is dat het budgetplafond, samen met de nieuwe regelementen voor de F1-bolides, voor meer spanning en gelijkwaardige teams gaat zorgen. Zodat meer teams en coureurs zich kunnen mengen in de strijd om de wereldtitels. Uhm, nóg meer spanning dan dit jaar?

Ron Smeets

Ron verdiende zijn sporen in de Telecom als Mobile Cowboy. Na bijna 15 jaar was hij toe aan een nieuwe uitdaging als zelfstandig freelance journalist,...