​Downtime: onbereikbaarheid in cijfers

​Downtime: onbereikbaarheid in cijfers

Vorig artikel Volgend artikel

Geen enkele online dienst is gebaat bij downtime. De redenen zijn duidelijk: downtime zorgt direct voor gemiste omzet en indirect voor ontevreden klanten. Voorwaarde voor veel online bezoekers is dat apps en websites snel laden. Duurt dat langer dan drie seconden dan is 35 procent van de potentiële klanten weg. Toch ligt het aantal momenten dat een website of app tijdelijk niet functioneert nog altijd schrikbarend hoog. Een aantal opvallende cijfers van 2014:

E-commerce zit al jaren sterk in de lift. Vorig jaar genereerden alle webshops en -apps bij elkaar een omzet van een indrukwekkende 1,3 biljoen dollar. Dat torenhoge bedrag groeit in 2018 naar bijna 2,5 biljoen, zo becijferde eMarketer. Daaruit blijkt wel dat het aandeel van e-commerce in de wereldeconomie onvoorstelbaar groot is.

Meer dan een eeuw

Helaas was het aantal uren downtime dat vorig jaar ook. Maar liefst 138.602 keer ging al dan niet bewust de spreekwoordelijke stekker uit een website of app, zo blijkt uit cijfers van Dynatrace. Dat kwam neer op bijna 16 downtimes per uur. In totaal werden 23.116 websites hier het slachtoffer van. Het zorgde bij elkaar voor, schrik niet, 106 jaar aan niet-functionerende onlinediensten. Die belangrijke economische motor lag vorig jaar dus meer dan eeuw stil.

Per maand

Per maand zijn er opvallende verschillen. Januari en februari waren de maanden met veruit de meeste uren downtime. Dat zakte snel. In april was er de minste downtime , waarna het in de zomer- en herfstmaanden weer wat steeg en zich stabiliseerde.

Ook bij de groten

Overigens heeft downtime niet altijd iets te maken met hosting op zolderkamertjes. Ook de groten der aarde gaan regelmatig op zwart. In absolute aantallen is Microsoft zelfs koploper met 4602 storingen, op de voet gevolgd door Google (4100), Yahoo (3242) en Adobe (1753). Natuurlijk is dat niet meer dan logisch: zij houden veruit de meeste apps en websites in de lucht. Maar ga er dus niet vanuit dat er bij hen nooit wat gebeurt. Ook bij grote providers moet je rekening houden met downtime.

Het waterval-effect

Uitval is niet altijd te wijten aan de betreffende website of app zelf. Vaak zijn zij afhankelijk van de uptime van derde partijen. Van een hostingpartij bijvoorbeeld, of een CDN (Content Delivery Network). Uitval bij dergelijke organisaties werkt als een waterval door bij iedereen die van hun diensten afhankelijk is.

Een goed voorbeeld van dit waterval-effect was vorig jaar de storing bij Google Doubleclick, 's werelds grootste online advertentiebedrijf. Verreweg de meeste internetadvertenties lopen via de servers van deze organisatie. Gaat daar de boel plat, dan lopen veel websites advertentie-inkomsten mis. Dat gebeurde vorig jaar op 12 november: 3532 websites werden 5,5 uur lang het slachtoffer van de downtime.

Imagoschade

Uitval is op zijn zachtst gezegd vervelend: voor een webshop betekent het direct omzetverlies. Een klant die een onlinedienst niet kan bereiken, betekent vaak een ontevreden klant en soms zelfs een misgelopen aankoop. Bijkomend risico zijn negatieve reacties op social media. Deze kunnen tot forse imagoschade leiden.

Het voorkomen van uitval moet hoger op de agenda van organisaties komen te staan. Zeker met de verwachte omzetgroei in de e-commercesector in het achterhoofd. Het voorkomen van omzet- en imagoschade door uitval zou bij alle organisaties met een onlinedienst de topprioriteit moeten hebben.

Meer content

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies