De digitalisering van de communicatie met de Belastingdienst heeft in 2025 een belangrijke stap gezet met de introductie van het digitaal indienen van bezwaarschriften door fiscaal dienstverleners en particulieren. In 2026 wordt steeds duidelijker wat deze ontwikkeling in de praktijk betekent. Waar het bezwaarproces jarenlang sterk leunde op papieren verzending, aangetekende post en onzekerheid over ontvangst, ontstaat nu langzaam maar zeker meer grip, snelheid en zekerheid in een proces dat voor belastingplichtigen vaak grote financiële gevolgen heeft.
Sinds de invoering van digitaal bezwaar kunnen fiscaal dienstverleners namens hun cliënten via een beveiligde route een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst. De Digipoort speelt hierin een centrale rol. Na indiening ontvangt de verzender een verzendbevestiging, waarmee vaststaat dat het bezwaar tijdig is ingediend. Daarmee is de onzekerheid over zoekgeraakte post of discussie over indieningstermijnen grotendeels verdwenen. In de praktijk blijkt dit vooral bij grote aantallen bezwaren, zoals in box 3-dossiers, een aanzienlijke verlichting te geven.
De aanhoudende stroom bezwaarschriften
De aanleiding voor deze digitaliseringsslag ligt mede in de enorme hoeveelheid bezwaarschriften waarmee de Belastingdienst de afgelopen jaren te maken heeft gekregen. In 2024 heeft de Belastingdienst 383.900 bezwaren ontvangen en 355.600 bezwaren afgehandeld. Ook in 2025 bleef het aantal nieuwe bezwaren hoog, mede door de voortdurende aanpassingen en juridische discussies rond box 3. De afhandelingscapaciteit kon deze instroom slechts beperkt bijhouden, waardoor doorlooptijden onder druk kwamen te staan.
Hoewel box 3 veruit de grootste categorie vormt, verschijnt ook bij diverse andere belastingzaken een stabiele stroom aan bezwaren. Dat betreft inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en BTW, inzake bepaalde aanslagen, belastingrente of boetes. De wettelijke bezwaartermijn van zes weken blijft daarbij onverkort gelden. Indien een belastingplichtige het niet eens is met de uitspraak op het bezwaar, staat vervolgens de weg naar beroep bij de rechter open.
Hoe digitaal bezwaar in 2026 werkt
In 2026 ondersteunt de Belastingdienst
digitaal bezwaar voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Het bezwaarschrift kan worden voorzien van bijlagen in PDF-formaat, waarbij de totale bestandsgrootte is gemaximeerd op 10 MB. Voor iedere aanslag of beschikking moet afzonderlijk bezwaar worden gemaakt. Wel blijft het mogelijk om in één bezwaarschrift tegelijk bezwaar te maken tegen de aanslag zelf, de in rekening gebrachte belastingrente en eventuele bestuurlijke boetes die onderdeel uitmaken van dezelfde beschikking.
In de praktijk blijkt dat het indienen zelf inmiddels relatief soepel verloopt, maar dat de verdere behandeling van het bezwaar nog niet volledig digitaal is ingericht. Aanvullende stukken, zoals een nadere motivering of extra bewijs, worden vaak nog per post aangeleverd. In sommige gevallen accepteert de inspecteur aanvullende informatie per e-mail, maar dit is alleen rechtsgeldig wanneer de Belastingdienst expliciet een e-mailadres voor dat doel heeft opengesteld. Volledige digitale dossiervorming is daarmee in 2026 nog geen standaard.
Regelgeving en aandachtspunten
Een punt dat in 2026 nog steeds aandacht vraagt, is de reikwijdte van de digitale bezwaarprocedure. Zo is het nog niet in alle gevallen duidelijk of bezwaar tegen een afzonderlijk opgelegde bestuurlijke boete digitaal kan worden ingediend. De verwachting is dat verdere verduidelijking volgt via een aangepaste Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst, maar in de praktijk blijft voorzichtigheid geboden. Fiscaal dienstverleners doen er goed aan per geval te toetsen of digitale indiening daadwerkelijk is toegestaan.
Daarnaast blijft het belangrijk om scherp te zijn op termijnen en volledigheid. Digitale indiening neemt de verantwoordelijkheid voor een correcte en tijdige motivering niet weg. Integendeel, doordat de ontvangst vastligt, verschuift de aandacht nog sterker naar de inhoudelijke kwaliteit van het bezwaar.
Vooruitblik: verdere digitalisering
De Belastingdienst heeft aangekondigd ook na 2026 verder te werken aan uitbreiding van digitaal bezwaar. Daarbij wordt gekeken naar andere belastingmiddelen, zoals, dividendbelasting en schenk- en erfbelasting. Ook de mogelijkheid om verzoeken om ambtshalve vermindering digitaal in te dienen staat op de agenda. Dergelijke verzoeken zijn met name relevant wanneer de reguliere bezwaartermijn is verstreken, maar de aanslag alsnog volgens de indiener te hoog is. Voor aanslagbelastingen geldt hiervoor in de regel een termijn van vijf jaar na het einde van het betreffende kalenderjaar.
Of en wanneer deze uitbreidingen daadwerkelijk worden doorgevoerd, is afhankelijk van technische en organisatorische keuzes binnen de Belastingdienst. Duidelijk is wel dat de richting is ingezet: minder papier, meer digitale zekerheid en betere traceerbaarheid van het proces.
Meer zekerheid
In 2026 is digitaal bezwaar geen experiment meer, maar een belangrijk onderdeel van de fiscale praktijk. Voor fiscaal dienstverleners betekent dit meer zekerheid over indiening, minder administratieve rompslomp en een efficiëntere werkwijze, zeker bij grote aantallen bezwaren. Tegelijkertijd is de digitalisering nog niet volledig en blijft alertheid nodig bij aanvullende stukken en bijzondere situaties. De komende jaren zullen uitwijzen in hoeverre de Belastingdienst erin slaagt het bezwaarproces volledig digitaal en integraal te maken. Voor nu is duidelijk dat de eerste stap is gezet en dat die stap een wezenlijke verbetering betekent.