Dawn of War III: schiet zijn doel voorbij

Dawn of War III: schiet zijn doel voorbij

Potentie is er, maar de game zit zichzelf in de weg

Vorig artikel Volgend artikel

Het Real Time Strategy genre zit tegenwoordig zo dicht getimmerd dat ervaren ontwikkelaars geen moeite hebben om een goede game te maken. Maar een geweldige titel? Daar zit vaak het knelpunt. Warhammer 40K: Dawn of War III zit tegen goed aan, maar het zit met zichzelf in de knoop om boven zichzelf uit te stijgen.

De vorige twee Dawn of War titels waren verschillende games. De eerste game richtte zich op het veroveren en vasthouden van controle punten, de tweede was meer squad-based naar de leest van Company of Heroes. Dawn of War III probeert hierin een middenweg te vinden, met alle gevolgen van dien.

Aan de presentatie ligt het niet. Het Warhammer universum is geen fijne plek om te wonen en dat blijkt wel uit de rassen. De Eldar manipuleren er op los, de mensen leven als de Spaanse Inquisitie en de Orks rennen rond als zwaar bewapende Engelse hooligans. De sfeer is uitstekend naargeestig.

Ieder ras heeft ook zijn eigen trekjes. Eldar kunnen door de map teleporteren, units van de Mensen kunnen uit twee soorten wapens kiezen en Orks kunnen zichzelf door middel van Scrap upgraden én beschikken over zogenaamde Waaaagh torens waarin Dawn of War ineens in Mad Max verandert.

Helaas blijft het daarbij. De units van de rassen lijken erg op elkaar. De Eldar, Mensen en Orks verschillen alleen op hele kleine vlakken, behalve wat de Hero units betreft. Iedere held kent zijn/haar eigen krachten, die een behoorlijke impact hebben.

De missies zelf inspireren ook niet erg. StarCraft bereidde je op creatieve wijze voor op de multiplayer. Dawn of War III kent de standaard missies en gooit er een twist op het einde in. Die linkse hoek irriteert wel eens. Vooral als je 1-2 uur bezig bent en weer opnieuw kan beginnen.

Dat ligt niet alleen aan het feit dat Relic missies onnodig lang uitrekt. De unit-opbouw gaat enorm traag in deze game. De eenheden zelf kosten veel energie en grondstoffen- en het vergaren ervan gaat verre van snel. Tussen het bouwen door kan je daarom rustig een kop koffie halen… of twee.

Het helpt ook niet dat je legers vaak heel snel doodgaan. Als je tegenstander de ideale counter heeft, gaat het soms in letterlijk seconden bergafwaarts. In een paar gevallen durfde ik zelfs te zweren dat de besturing niet helemaal mee werkte.

Dawn of War III dwingt het optimale uit je schaarse middelen te halen. Iedere unit heeft zijn eigen speciale aanval. Prima. Alleen als je een hele groep selecteert, kan je niet tussen de verschillende eenheden wisselen. Dat betekent dat je in het heetst van de strijd naar je units moet gaan zoeken.

Mijn irritatie naderde het kookpunt toen ik éérst drie generators moest slopen, vervolgens na nummer twee te horen kreeg dat ik dit punt móest verdedigen, met een robot de laatste turbine moest mollen, om binnen de tijd een poort te beschermen. Intussen smolt mijn leger weg, als sneeuw voor de zon.

Dawn of War III voelt bij tijd en wijlen daardoor rigide aan; je krijgt niet de flexibiliteit om snel te improviseren. Er zitten zeer amusante missies in deze game, vooral bij de Orks en de Mensen, maar soms vraag je je af of je een rappe Koreaan moet zijn om het allemaal in goede banen te leiden.

Ook de multiplayer kampt met problemen. Er is bijvoorbeeld maar één modus – en het is niet het populaire Last Stand van het vorige deel. Ook hier kruip je vooruit naar je tegenstander, wat fans van snelle aanvallen flink zal irriteren. En dan zijn er nog de gigantische hero units waar je legers op stuklopen en die sneller op het slachtveld verschijnen dan jouw versterkingen.

Balen, want ondanks deze waslijst van klachten zit er best een leuke Real Time Strategy game in Dawn of War III. De units zien er goed uit, de sfeer is (nogmaals) uitstekend en een paar missies zijn buitengewoon geslaagd. Maar vooral de laatste levels voelen aan als een hard gelag.

Ik wil Dawn of War III echt graag de voordeel van de twijfel geven; het heeft alle elementen voor een sterke RTS. Alleen meer dan redelijk wil het nooit worden. Daarvoor is te inflexibel, te traag en regelmatig te frustrerend. Hopelijk komt Relic Entertainment nog met nieuwe content, anders vrees ik het ergste.

Martijn Steinpatz

Martijn Steinpatz schrijft al jaren over games en speelt ze nog veel langer. Wil meer dan alleen standaard artikelen schrijven.

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies