Steeds meer mensen worden
online opgelicht, maar relatief weinig mensen doen hier aangifte over. De
politie en de Fraudehelpdesk werken nu samen om er voor te zorgen de stap kleiner wordt voor slachtoffers om hier melding over te maken.
De Fraudehelpdesk is de afgelopen vijftien jaar het landelijke meldpunt voor oplichting. Begin vorig jaar startte de organisatie samen met de politie een pilot in Gelderland en Overijssel. Gedurende vier maanden was een politiemedewerker aanwezig op het kantoor van de Fraudehelpdesk.
Vervolgens werden melders bij de Fraudehelpdesk gevraagd of ze wilden worden doorverwezen met de politiemedewerker, die hen hielp bij het voorbereiden van de aangifte en het maken van een afspraak. De medewerker zorgde er daarbij voor dat de aangifte binnen de politie op de correcte manier afgehandeld werd, en hielp ook wanneer het voor het slachtoffer lastig was om digitaal aangifte te doen.
Positieve resultaten
Volgens cijfers van een onderzoek van Alert Online heeft 72% van de Nederlanders het afgelopen jaar te maken gehad met online oplichting, of op zijn minst een poging tot. Toch deed maar ruim 67% van de mensen die privé te maken kregen met oplichting geen aangifte.
Door de politiemedewerker bij de Fraudehelpdesk te stationeren, hoopte men de drempel om melding te maken van online oplichting lager te maken. Daarbij was het de bedoeling dat de fraudeslachtoffers werden ontzorgd.
Het maakte het aanpakken van fraude effectiever. Zo ontstond er een completer beeld van de fraude, en kon er bijvoorbeeld worden gelet op stelselmatigheid van de misdaden. In sommige gevallen zijn wijkagenten ook bij de slachtoffers aan huis geweest om een persoonlijk gesprek aan te gaan, bijvoorbeeld bij datings- of beleggingsfraude.
De pilot bleek dan ook een succes: 70% van de melders gaf aan zich ontzorgd te voelen en het idee te hebben dat ze serieuzer genomen werden. En 40% gaf aan dat ze geen aangifte zouden hebben gedaan zonder de doorverwijzing naar de politiemedewerker.
Het slachtoffer staat centraal
Gezien het succes wordt dit concept dan ook uitgebreid naar het hele land. “Voor fraudeslachtoffers is de stap naar aangifte vaak groot. Door de nauwe samenwerking met de politie kunnen we mensen veel beter begeleiden en ontzorgen op het moment dat zij dat het hardst nodig hebben”, aldus Fraudehelpdesk-directeur Henriëtte Bongers. “De resultaten van de pilot laten zien dat deze persoonlijke, warme doorverwijzing echt het verschil maakt.”
Ook Peter van den Berg, portefeuillehouder Digitale Transformatie van de politie Oost-Nederland, is te spreken over het resultaat. “Bij digitale criminaliteit zien we dat één verdachte gemakkelijk veel slachtoffers kan maken. Daarom proberen we als politie steeds meer het slachtoffer centraal te zetten. Door de samenwerking met de Fraudehelpdesk kunnen we direct duiding geven aan slachtoffers van wat hen is overkomen.”
Cybercrime is een steeds vaker voorkomende vorm van misdaad door de enorme digitalisering van onze maatschappij. Het is dan ook goed dat organisaties en de politie het steeds gemakkelijker maken voor slachtoffers om hun verhaal te doen en op de juiste manier aangifte te doen. Dat de politie hier steeds meer op inzet, blijkt wel uit een marketingcampagne die eind vorig jaar is gestart: de politie bracht toen een
online game uit waarin spelers zelf fictieve cybercrimes oplosten.