Ondanks jarenlange voorlichtingscampagnes, soms heel
confronterend van toon, blijft telefoongebruik achter het stuur een hardnekkig probleem. Beelden van ernstige ongelukken, getuigenissen van nabestaanden en harde cijfers over reactietijden: de boodschap is al jaren erg duidelijk. Toch laat recent onderzoek zien dat zeven op de tien automobilisten weleens op hun telefoon kijken tijdens het rijden. Blijkbaar is bewustwording alleen niet genoeg om het gedrag daadwerkelijk te veranderen.
Om het tij te keren grijpt de overheid nu naar zwaarder geschut. Het Openbaar Ministerie zet dit jaar ruim vijftig extra mobiele flitsers in, specifiek gericht op telefoongebruik in het verkeer. Daarnaast verhoogt het kabinet opnieuw de verkeersboetes: voor appen achter het stuur betalen automobilisten binnenkort meer dan 450 euro. De vraag die overblijft is waarom mensen, ondanks indringende campagnes, hogere boetes en strengere handhaving, toch blijven appen achter het stuur.
Om die vraag te beantwoorden sprak OSW, specialist in de particuliere verkoop van voertuigen, met verkeerspsycholoog Mariëtte Pol van KeuzeWeg. Haar conclusie: het probleem zit niet zozeer in onwetendheid, maar in gewoontegedrag en psychologische triggers die sterker blijken dan goede voornemens.
Goede voornemens winnen het niet van triggers
Veel automobilisten nemen zich voor om niet op berichten te reageren tijdens het rijden, maar in de praktijk blijkt dat lastig vol te houden. Volgens Pol vormt het horen of zien van een binnenkomend bericht een sterke trigger om toch even op de telefoon te kijken. "Die invloed van de directe omgeving is vaak sterker dan voornemens en goede bedoelingen. Vervolgens is de stap naar het beantwoorden van het bericht klein."
Dat verklaart meteen waarom campagnes met afschrikwekkende beelden niet altijd het gewenste effect hebben: ze spreken het verstand aan, terwijl het gedrag vooral wordt gestuurd door automatische reacties op prikkels. Risicoperceptie speelt daarbij ook een rol. De risico's van telefoongebruik achter het stuur voelen voor veel automobilisten abstract en ver weg, aldus Pol. Veel mensen denken dat zoiets alleen anderen overkomt en niet henzelf, hoe vaak een
campagne ook het tegendeel laat zien.
Eigen kunnen overschat, risico's onderschat
Veel automobilisten denken bovendien ten onrechte dat ze kunnen multitasken. Pol legt uit dat onze hersenen niet meerdere taken tegelijk kunnen verwerken: wat we multitasken noemen, is in werkelijkheid voortdurend schakelen tussen taken. Daarbij ontstaat een extra risico doordat bestuurders hun aandacht tijdelijk volledig van het verkeer afhalen. In de paar seconden dat iemand naar een telefoon kijkt, wordt er niet naar de verkeerssituatie gekeken, en het kost vervolgens tijd om de aandacht weer volledig op de weg te richten. Die reactietijd kan in kritieke situaties het verschil maken.
Pol ziet dat automobilisten hun eigen vaardigheden structureel overschatten en de risico's onderschatten. Mensen denken dat ze de situatie onder controle hebben, terwijl ze niet zien hoe andere weggebruikers voortdurend moeten compenseren voor hun gedrag. Juist die blinde vlek, meer dan een gebrek aan kennis over de gevaren, lijkt te verklaren waarom het probleem ondanks alle campagnes en boetes niet verdwijnt.