De nervositeit op de beurs is de afgelopen weken duidelijk voelbaar.
Software- en databedrijven kregen stevige tikken, niet door één incident, maar door een groeiend besef: AI verandert fundamenteel hoe
software waarde creëert. Het is dan ook begrijpelijk dat beleggers zenuwachtig zijn.
Waar
AI lange tijd werd gezien als extra functionaliteit, verschuift het nu richting AI-agents die zelfstandig taken uitvoeren. En precies dát raakt de kern van veel bestaande SaaS-modellen.
Van hulpmiddel naar uitvoerder
Tot voor kort was AI vooral een feature. Denk aan samenvatten, voorspellen of assisteren binnen bestaande software. De nieuwste generatie AI-systemen gaat een stap verder: ze zoeken, analyseren, beslissen en voeren acties uit over meerdere tools heen.
Dat betekent dat één AI-laag potentieel het werk kan doen waarvoor nu meerdere softwarelicenties nodig zijn. Voor beleggers is dat een fundamentele verschuiving.
Dat dit sentiment juist nu omslaat, is geen toeval. De afgelopen maanden verschenen steeds meer AI-agents die niet alleen ondersteunen, maar zelfstandig werk uitvoeren over meerdere platforms heen. Voor beleggers voelt dat als een kantelpunt: AI blijft niet langer binnen de software, maar gaat er boven hangen. Daarmee verandert niet alleen de technologie, maar ook de economische logica erachter.
Waarom juist software- en databedrijven geraakt worden
Veel grote softwarebedrijven zijn gebouwd op drie pijlers:
- Seat-based pricing – betalen per gebruiker
- Modulaire tools – losse functies voor specifieke taken
- Data + interface – waarde zit in toegang en gebruiksgemak
AI-agents zetten druk op alle drie. Als één slimme assistent meerdere taken overneemt, daalt de noodzaak voor extra seats. Als AI direct antwoorden geeft, verliest de interface aan waarde. En als data breder beschikbaar wordt via AI-systemen, verdwijnt schaarste.
Dat verklaart waarom niet alleen niche-spelers, maar ook gevestigde namen onder druk staan.
Het sentiment kantelt
Jarenlang gold software als winnaar van AI: meer productiviteit zou leiden tot meer softwaregebruik. Dat narratief draait nu. Beleggers vragen zich af of AI juist software kan vervangen in plaats van versterken.
Bedrijven als Wolters Kluwer, RELX en SAP worden daardoor kritischer bekeken, niet vanwege acute problemen, maar vanwege hun toekomstige waardepropositie.
Geen paniek, wel herwaardering
Belangrijk: dit is geen collectieve afschrijving van software. Het is een herwaardering. Beleggers willen weten:
- hoe afhankelijk omzet is van menselijke gebruikers
- hoe diep software is ingebed in processen
- of AI waarde toevoegt of juist waarde afroomt
Die vragen zijn logisch. De antwoorden bepalen wie wint en wie terrein verliest.
De komende kwartalen worden daarmee geen test van pure omzetgroei, maar van positionering. Softwarebedrijven die AI weten te verankeren in processen, verantwoordelijkheid en governance behouden hun waarde. Wie vooral verkoopt wat AI straks zelf kan, zal het vertrouwen van beleggers sneller zien verdampen.