Het hebben van je eigen fabrieken voor
smartphone-componenten heeft zo zijn voordelen. Uit onderzoek van de
Wall Street Journal blijkt dat
Samsung zo veel componenten aan
Apple levert voor de iPhone X dat ze per verkochte telefoon disk honderd euro in hun zak kunnen steken.
Dan maakt het niet meer uit of er nu meer van de
iPhone X, de
Note 8 of de
Galaxy S8 worden verkocht:
Samsung verdient aan bijna elke high-end telefoon die we gaan aanschaffen in de komende tijd. Ze zijn de enige partij die dingen als OLED-schermen en geheugen in de aantallen kan leveren die
Apple nodig heeft om haar klanten te kunnen bedienen. De onderstaande video legt dat heel goed uit:
Lachende tweede
Doordat de verwachting is dat er zo'n 130 miljoen iPhone X'en verkocht gaan worden en er 'maar' 50 miljoen Galaxy S8's worden verkocht is de opbrengst van de componenten in de iPhones dus groter voor Samsung dan die van (de componenten van) hun eigen telefoon. Bizar.
In totaal is de verkoop van de componenten voor smartphones verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de omzet van het hele bedrijf. Bedenk hoe veel producten Samsung wel niet maakt en verkoopt en dan weet je dat dit een
hele grote business is.
Stockholm Syndrome
Die onderlinge relatie is natuurlijk heel vreemd: twee concurrenten op de smartphonemarkt die elkaar bevechten hebben een meer dan goede relatie achter de schermen. Of ja, goed: Apple heeft weinig keuze, want Samsung is zo goed als monopolist als het gaat om OLED-schermen voor smartphones.
LG is de enige andere partij die er toe doet, wat het ook niet verrassend maakt dat zowel Apple als
Google flinke sommen geld die kant uit hebben gegooid om te zorgen dat ze niet zo afhankelijk zijn van Samsung, die op dit moment lachend de prijs bepaalt van de OLED-schermen die ze aan de concurrenten levert. Die situatie vindt niemand leuk, behalve Samsung.
[Afbeeldingen © Apple]