Na een recordjaar aan datalekken en digitale incidenten in 2025 kijken cybersecurity-experts met groeiende zorgen naar 2026. Niet omdat we meer online zijn dan ooit - dat zijn we al jaren - maar omdat cybercriminaliteit fundamenteel van karakter verandert.
Kunstmatige intelligentie speelt daarin een sleutelrol. Niet langer alleen als hulpmiddel voor aanvallen, maar steeds vaker als zelfstandige actor.
Volgens recente cijfers werden in 2025 wereldwijd bijna 15.000 grote datalekken geregistreerd, waaronder aanvallen op luchtvaartmaatschappijen, techbedrijven en overheidsinstellingen. De verwachting is dat dit aantal volgend jaar verder oploopt, vooral doordat aanvallen schaalbaarder, sneller en persoonlijker worden.
Van hulpmiddel naar autonome hacker
Tot nu toe werd AI vooral ingezet om bestaande aanvallen efficiënter te maken: betere phishingmails, geloofwaardiger nepsites en snellere kwetsbaarheidsscans. In 2026 verschuift dat beeld. Cybersecurity-onderzoekers verwachten de eerste aanvallen waarbij AI-systemen grotendeels zelfstandig opereren.
Het verschil is subtiel maar belangrijk. Waar een
hacker nu nog een doelwit selecteert, een aanval start en bijstuurt, kunnen toekomstige AI-agenten dat proces grotendeels zelf uitvoeren. Denk aan systemen die zelfstandig zwakke plekken vinden, zero-daylekken misbruiken en hun aanval aanpassen op basis van de verdediging die ze tegenkomen.
Dat maakt digitale infrastructuur kwetsbaarder, juist omdat steeds meer processen - van logistiek tot energiebeheer - afhankelijk zijn van geautomatiseerde systemen.
Deepfakes worden een financieel probleem
Deepfakes waren lang vooral een cultureel en maatschappelijk probleem: nepvideo’s van beroemdheden of politici. Inmiddels zijn ze ook een directe financiële dreiging. Banken, verzekeraars en andere instellingen vertrouwen steeds vaker op video- en spraakverificatie, en juist die systemen blijken gevoelig voor AI-gegenereerde beelden.
In 2026 verwachten experts een duidelijke toename van fraude waarbij hyperrealistische video’s worden ingezet om identiteiten te misbruiken. Niet alleen bedrijven lopen risico. Ook consumenten kunnen worden geconfronteerd met geloofwaardige nepvideo’s die worden gebruikt voor afpersing, oplichting of reputatieschade.
Het gevolg: strengere verificatieprocessen, meer controles en mogelijk extra drempels voor gebruikers — allemaal pogingen om vertrouwen terug te brengen in digitale interacties.
De volgende datamijn: je lichaam
Misschien wel de meest onderbelichte ontwikkeling is de verschuiving van cybercriminaliteit richting gezondheidsdata. Smartwatches, fitnessringen, slimme matrassen en medische apps verzamelen continu gevoelige informatie: hartslag, slaapgedrag, stressniveaus en locatiegegevens.
Die data is niet alleen persoonlijk, maar ook commercieel en strategisch waardevol. Een lek in een wearable of bijbehorende cloudomgeving kan leiden tot volledige profielen van gebruikers, zonder dat zij zich daar bewust van zijn. In cybersecurity-kringen wordt dit fenomeen steeds vaker aangeduid als digital body snatching: het kapen van digitale representaties van het menselijk lichaam.
Omdat veel
wearables minder goed beveiligd zijn dan smartphones of laptops, vormen ze een aantrekkelijk doelwit voor aanvallers.
Wat betekent dit voor jou?
De rode draad richting 2026 is duidelijk:
cybercrime wordt slimmer, autonomer en persoonlijker. Dat vraagt niet alleen om betere technologie aan de verdedigingskant, maar ook om bewustwording bij gebruikers.
Basismaatregelen blijven cruciaal: tweefactorauthenticatie, regelmatige updates en kritisch omgaan met apps en apparaten die toegang hebben tot persoonlijke data. Tegelijk wordt digitale hygiëne steeds complexer, omdat de aanvalsvormen moeilijker te herkennen zijn dan ooit.
Waar cyberdreiging ooit vooral abstract was, komt die nu letterlijk dichter bij huis - en zelfs bij je lichaam.