Mijn computer begrijpt mij helemaal

Vorig artikel Volgend artikel
1167505257ru

Twee slimme mannen die op de Nijmeegse campus rondlopen zijn gepromoveerd op onderstaande teksten.

Mijn computer begrijpt mij helemaal Google moet als een volleerde en invoelende bibliothecaresse kunnen inschatten welke informatie op een bepaald moment adequaat is. En computersystemen zouden zich toch beter moeten kunnen aanpassen aan hun gebruikers. Twee promovendi in de informatiekunde, Bas van Gils en Paul de Vrieze, keken fundamenteel naar het realiseren van deze verlangens.

Zoeksystemen moeten helpen om de juiste informatie, op het juiste moment, in de juiste vorm te vinden. Maar zoeksystemen richten zich vooral op het vinden van documenten die over het goede onderwerp gaan, een nogal eenvoudige vorm van waardering van documenten. Het gevolg is dat veel resultaten niet voldoen aan de wensen van de zoeker. Als het zoeksysteem zou begrijpen dat de gebruiker zoekt per mobieltje, moet het geen enorme bestanden presenteren.

En als er geen mediaspeler op de hardware staat, moet het niet aankomen met film en geluid. Ook het doel van de te zoeken gegevens zou meegenomen kunnen worden evenals persoonlijke kenmerken van de gebruiker (jong/oud, hoog/laagopgeleid, werk/vrijetijd, et cetera).

De zoekmachine als makelaar Bas van Gils, informatiekundige van het Institute for Computing and Information Science (ICIS), ontwikkelde een methode om de geschiktheid van informatie beter te waarderen. Hij gebruikt hiervoor een economische model waar kosten en baten tegen elkaar moeten worden afgewogen. Hij vat het world wide web op als een informatiemarkt, waarbij zoekers kosten maken om informatie van waarde te vinden. Zoekmachines spelen in dit model de rol van makelaar. Die hebben een speciale rol in het waarderen van de informatie voor de kopende (lees: zoekende) partij.

Dat gaat veel verder dan het stoeien met keywords. Deze makelaars moeten aan de hand van allerlei eigenschappen (zoals onderwerp, vorm, formaat, taal, lengte van het document, et cetera) inschatten wat de waarde van een document is voor een zoeker in een bepaalde situatie. Van Gils – die 8 december promoveert - pleit er daarbij voor vorm en inhoud los te knippen.

“Er zijn wel allerlei wedstrijden over wie het beste zoeksysteem kan maken”, zegt zijn promotor prof. Erik Proper “Maar dan sleutelen ze een beetje aan zo’n algoritme, zonder dat ze begrijpen waarom het werkt. Wij kunnen dat ook niet onderzoeken omdat de werkwijze van de zoekmachines geheim is. Voor fundamenteel begrip van dergelijke kwesties en reflectie over wat nu de beste manier is, is het daarom nodig om zelf modellen te ontwikkelen.”

De gebruiker de baas Ook Paul de Vrieze, die vijf dagen later als informatiekundige promoveert, keek op zo’n fundamentele manier naar een onderwerp dat ook de aandacht van de Googles en Microsofts in deze wereld heeft: hoe kunnen gebruikersvoorkeuren het best vertaald worden in instellingen van apparaten. Het kan toch allemaal veel eenvoudiger!

Waarom moet een kopieerapparaat iedere keer opnieuw worden ingesteld door de gebruiker die altijd dubbelzijdig en geniet wil? Waarom zou de gebruiker voor alle programma’s functie x moeten instellen? Waarom moet die gebruiker zich bezighouden met bestanden die niet passen bij de geïnstalleerde software?

Inside the computer De Vrieze ontwikkelde het eerste model voor adaptieve personalisatie dat werkt voor alle soorten software. “Dankzij dit model hebben we een algemene adaptatie-engine kunnen ontwikkelen en hebben we een manier waarop verschillende applicaties kunnen samenwerken zonder van elkaar bewust te zijn. Daarnaast kunnen we de privacy beschermen. Deze beide zaken zijn nieuw.”

De Vrieze stelt voor om de analyse van de voorkeuren in een apart systeem onder te brengen, tussen software en gebruiker in. Zo blijft de gebruiker de baas over zijn eigen gegevens. Amerikaanse privacyvoorvechters hebben twee weken geleden de Amerikaanse overheid gevraagd een verbod uit te vaardigen op het ongebreideld verzamelen van gegevens – met als nieuw plan het afluisteren van omgevingsgeluiden via computermicrofoons.

Google maakt zeventig miljoen gebruikersprofielen per maand. Google verweert zich met: “In principe gebruikt geen enkel product informatie die tot een individu is te herleiden, tenzij we dat in de gebruiksvoorwaarden melden.” (Bron: de Volkskrant.)

De Vrieze toont in ieder geval aan dat er een alternatief is: wel comfortabel werken met software die zich voegt naar je gewoontes, maar zonder privacyverlies. via

Meer content

Paul Aelen

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies