Regeldruk funest voor onderwijsinnovatie

Vorig artikel Volgend artikel
Regeldruk funest voor onderwijsinnovatie

[Pieter Wahlen] Een Nederlandse onderwijsbestuurder zucht maar al te vaak onder de regeldruk. Regels staan praktische oplossingen en snel handelen in de weg. De remmende voorsprong in de polder. In het Nederlands onderwijs zien we een vertraging als het op innovatie aankomt. Hoewel volop beschikbaar, wordt slimme techniek en bijbehorende apparaten maar mondjesmaat ingezet.

Recent bezocht ik een onderwijsconferentie in Tennessee. Wat me opviel was het ‘hands-on’ karakter van de onderwerpen. Met eenvoudige middelen snel resultaat boeken. Echte doeners, die Amerikanen. Een bezoek aan een highschool (niet arm, niet rijk) liet zien dat de beschikbare middelen er niet zoveel anders uitzien dan de onze. Maar er is wel een studio ingericht om opnamen te maken voor de leerling die 50 mijl verderop woont.

De financiering van Amerikaanse scholen wijkt af van de Nederlandse situatie. Scholen ontvangen 40% van hun budget van de centrale overheid, 52% vanuit lokale belastingen en 8% van de staat, zo blijkt uit een onderzoek van Fulbright Center. De lokale belastingen worden opgebracht vanuit onroerend goed, waarmee het schoolbudget gekoppeld is aan lokale welvaart. In een wijk met aantrekkelijke huizen is het schoolbudget groter, en andersom versterkt een lokaal sterke schoolorganisatie de aantrekkelijkheid van de woonwijk. De suburbans zijn daarmee geliefde woonomgevingen. Ongeveer 10 procent van de scholen is private, vaak met een duidelijke signatuur, maar niet per definitie duurder dan een openbare school. De verschillen in het beschikbaar budget voor scholen zijn daarmee relatief groot.

Zelfregulerend

Amerikaanse scholen zijn in lijn met de organisatie van de Amerikaanse samenleving meer zelfregulerend. En worden daarin geholpen door andere financiering. Die zelfregulering is sterk bepalend voor de snelheid van innoveren. In Nederland zouden we daar lering uit moeten trekken.

Een oplossing voor Nederland zit in de politieke ruimte. Onderwijsbestuurders hebben meer vrijheid nodig om te ondernemen. Er is een aantal partijen al stiekem aan het ondernemen binnen de beperkte ruimte die ze nu krijgen. Maar het is lastig zwemmen in bevroren water.

Ondernemingsruimte

Onderwijsbestuurders moeten meer lef tonen en de politiek moet hierbij ondersteunen. Misschien geeft het nieuwe politieke landschap meer ruimte aan de onderwijsbestuurder. Geld is daarbij comfortabel, ondernemingsruimte is essentieel.

Er zijn alternatieve financieringsvormen die de innovatie in het onderwijs versnellen als onderwijsbestuurders eenmaal in de ondernemingsmodus staan. Het leasen van producten scheelt in kosten, helemaal bij technische innovaties met een kortere levenscyclus dan vroeger het geval was. (Innovaties volgen elkaar steeds sneller op. Met als gevolg dat fabrikanten oudere producten niet altijd meer ondersteunen waardoor de levenscyclus van een product korter wordt.) We weten natuurlijk nog niet hoe het politieke spel uitpakt, maar een oplossing om innovatie in het onderwijs te stimuleren moet zeker in het plaatje van onderwijsbezuinigingen passen.

*Pieter Wahlen is manager Onderwijs en Zorg bij Econocom Nederland.