Oorlogsverslaggeving 2.0

Vorig artikel Volgend artikel
Oorlogsverslaggeving 2.0

Ik verwonder me persoonlijk al een tijdje over de telkens extremere marketingcampagnes van onze overheid, wanneer het gaat om het rekruteren van jongeren voor een baan bij defensie. Werd de nadruk eerder gelegd op persoonlijke ontwikkeling, tegenwoordig zijn we via stoere jongeren die wel of niet ‘geschikt’ zijn voor defensie zelfs al aangekomen bij een directe uitnodiging om je baan te verhuizen naar bijvoorbeeld Afghanistan. Ik heb soms sterke twijfels bij de manier waarop de in dit geval erg jonge doelgroep, die zich toch al kenmerkt door twijfel over wat te doen met hun jonge leven, en daardoor voortdurend verkeerde keuzes maakt, wordt aangespoord om te kiezen voor een baan waarbij de kans groot is dat ze naar een oorlogsgebied gestuurd worden zonder te weten wat ze daar moeten gaan doen.

Vandaag las ik in de opinie-bijlage van het NRC een heel interessant artikel geschreven door Prof. dr. Henri Beunders en Jelena Buljac (Erasmus Universiteit). En voor alle duidelijkheid; ik weet dat ik hier niet schrijf voor een politiek blog; het artikel gaat over de tegenstellingen tussen oude en nieuwe journalistiek :-).

Onder de titel “Bijna elke oorlog kent zijn verrassingen” schreven de heer Beunders en mevrouw Buljac een scherp opiniestuk over de berichtgeving vanuit Uruzgan, en het verschil tussen het geluid van de reguliere journalistiek en de persoonlijke weblogs van militairen. Mijn interpretatie van het artikel is dat het hier ten eerste gaat om een aanklacht tegen de gevestigde media; “De reguliere journalistiek moet zich onafhankelijker opstellen tegenover Defensie, de balans in de berichtgeving over heel Afghanistan moet beter.” Een stelling die ik persoonlijk onderschrijf, en die niet alleen betrekking heeft op de zogenaamde ‘traditionele media’. Zie bijvoorbeeld de ingenieuze wijze van ‘doelgroeptargeting’ waarvoor GeenStijl momenteel ingeschakeld wordt. De communicatiestrateeg die zijn geld verdiend met het ‘marketen’ van onze aanwezigheid in Uruzgan heeft z’n huiswerk goed gedaan. Volgens de schrijvers heeft “Defensie nog zelden zo’n groot en succesvol mediaoffensief gevoerd om de publieke opinie aan de goede kant te houden over deze van aanvang aan politiek omstreden missie. Iedereen is welkom in Kamp Holland, van de kwaliteitsmedia tot Arnon Grunberg, Stan Huygens Journaal, de Viva en GeenStijl. En ze komen allemaal – het zijn er intussen vele honderden geweest – want het is immers een geheel verzorgde, gratis trip.”

Dat de mediastrategie van Defensie zijn vruchten afwerpt blijkt aldus Beunders en Buljac uit “de voor Nederland opmerkelijke stijging van de waardering voor ‘onze jongens’. Het aantal Nederlanders dat trots is op de eigen militairen is gestegen van 49 procent in augustus 2006 tot 66 procent in mei 2008.” Fascinerend, vind ik zelf. Het doet me direct denken aan de fantastische boekverfilming ‘Wag the Dog’ van Barry Levinson, waarin het Amerikaanse volk massaal om de tuin geleid wordt door communicatie adviseur Conrad Brean (Robert De Niro).

De ontwikkeling die ook beschreven wordt in het artikel, en die voor ‘ons interactieven’ het meest interessant is, is dat ondanks de gekleurde berichtgeving door het professionele journaille, we toch dagelijks kunnen lezen hoe het er werkelijk aan toe gaat aan het front, namelijk door de weblogs van honderden militairen! Op hun Waarbenjijpuntnu’s, Hyves’ en Facebooken, maar ook op Condoleance.nl, wanneer weer een jonge militair gesneuveld is schrijven zij dagelijks hoe zij zelf denken over hun missie en werkzaamheden. Voorheen was deze vorm van communicatie niet mogelijk door de gebrekkige faciliteiten die de Nederlandse militairen hadden tijdens eerdere missies. Maar -hoe ironisch- juist om een verblijf in Afghanistan voor Nederlandse jongeren aantrekkelijker te maken, is er voor de Nederlandse Task Force Uruzgan speciaal een satelliet gereserveerd door Amerika, opdat de Nederlanders zo vaak ze wilden contact konden hebben met familie en (Hyves-)vrienden. “De gevolgen van deze permanente satellietverbinding zou leiden tot een nieuwe communicatierevolutie op het slagveld: de laptoppende militair als ongecontroleerde journalist”, aldus Beunders en Buljac.

“Op waarbenjij.nu verschenen tot medio 2008 ruim 1.400 berichten van militairen in Uruzgan. Die dagboeknotities variëren sterk, van onschuldig – „Ik ben vandaag voornamelijk bezig geweest met munitie tellen” en ernstig – „Ik zit nog steeds in een zware dip” of „We willen naar huis!” – tot kritisch: „Ik zag een Afghaan in de bosjes zijn behoefte doen. Het liefst schiet ik een kogel dwars door zijn tulband heen, maar in plaats daarvan moet ik controleren of hij geen bermbom naast zijn behoefte heeft neergelegd”.

Behalve een interessante politieke discussie hebben we hier dus ook een schoolvoorbeeld van de noodzaak tot slim en efficiënt Online Reputatiemanagement. Want ondanks dat hier dor Defensie op een voor Nederland revolutionaire wijze met de media wordt omgegaan, wordt men wellicht dus toch ingehaald door de ontwikkelingen en de eigen goede bedoelingen; bespaar je kosten noch moeite om de journalisten mooie verhalen te laten schrijven, kan tegelijkertijd de hele wereld lezen dat ‘onze jongens’ in Uruzgan zelf helemaal niet het idee hebben dat ze zulk goed werk aan het doen zijn!

Gevolg: “Tegenover de groeiende trots op de militairen staan andere cijfers: het percentage Nederlanders dat de missie verantwoord vindt daalde in mei 2008 naar 27 procent, het percentage dat denkt dat de missie zal bijdragen aan de wederopbouw daalde van 55 procent naar 21 procent.” Aiiii...

Martijn Ros

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies