‘Smart’-phone (een blog uit 2050)

Vorig artikel Volgend artikel

Nu ik gepensioneerd ben, heb ik wat meer tijd om rond te neuzen in archiefmateriaal uit de periode 2010-2015. En een aantal dingen viel me direct op. Er werd in die tijd enorm veel over ’mobility‘ gesproken. Dit werd als een baanbrekende manier gezien om informatie niet meer op een vaste plek te consumeren, maar overal mee naartoe te nemen.

Binnen mijn community heb ik nog wat rondvraag gedaan, maar niemand kent het begrip mobility. Nadat ik het toelichtte, werd unaniem verbaasd gereageerd. Hoe kun je nou informatie locatie-afhankelijk bereikbaar maken? Context- -afhankelijk aanbieden oké, maar het is logisch dat dit overal beschikbaar is. Het is nu, in 2050, inderdaad bijna niet meer voor te stellen.

In het archief zag ik ook dat mensen destijds allerlei devices gebruikten om de informatie op te vragen. Grappig. Nogal primitieve apparaten voor spraak- en beeldcommunicatie tussen mensen. Ironisch genoeg noemden ze die ‘smartphones’. Het gebruik ervan duurde vrij lang, van 2003 tot rond 2020. Daarna werd de markt volledig beheerst door ‘wearables’.

‘Smart’-phone (een blog uit 2050)

Lab-concept
In 2013 kwam een van de eerste voorlopers van deze technologie: Google Glass. Een destijds fantastisch lab-concept, waarmee de marketingmachine van het toenmalige Google een marktvraag creëerde. Dit was een eenvoudige bril, waarbij je rechtsboven wat informatie geprojecteerd kreeg. Hoewel dit toen nog echt in de kinderschoenen stond, mag dat wel gezien worden als de eerste doorbraak op het gebied van het werkelijk toepassen van Augmented Reality. Het duurde echter nog jaren voordat deze techniek werd verfijnd tot wat we nu als de AR-contactlens kennen.

Rond dezelfde tijd kwam het bedrijf Thalmic Labs met een armband, genaamd Myo. De Myo, Grieks voor spier, reageerde op de elektrische aansturing van de spieren in de onderarm. In die tijd vond men het nog wat eng dat de mens-machine-interface zich zo nauw om de mens heen vouwde. Opmerkelijk is het om te zien dat er destijds zo’n terughoudendheid was ten aanzien van directe interactie met het neuraal systeem. Terugkijkend kan ik zeggen dat dit een enorme vlucht heeft genomen. 

Schoksgewijs
De ontwikkeling van al deze technologie is schoksgewijs gegaan. Dit had met name te maken met het verschil in dynamiek tussen de technische ontwikkelingen, sociale, fysieke en geestelijke adoptie van gebruikers en regulering vanuit de diverse overheden. Kort na de introductie van de Augmented Reality Glasses werd dit al duidelijk. Al een generatie terug bewees men het manipulatieve effect van het opnemen van enkele ‘verborgen’ beeldjes in een film. Met het letterlijk op het netvlies projecteren van informatie herrees, in combinatie met deze manipulatiegedachte, de vraag: ’Ben ik eigenlijk nog wel zelf de baas in mijn hoofd?’.

De directe projectie op het netvlies van informatie vanuit de, in 2029 geïntroduceerde, AR-contactlens zorgde ervoor dat informatie van buitenaf steeds lastiger te negeren was. Charlie Brooker van de Black Mirror-serie uit 2012 zat er niet ver naast met zijn visie op de toekomst wat technologische ontwikkelingen betrof. De informatiestroom via de AR-contactlens ging al snel bepalen hoe onze dag eruit zou zien. Als je nu de statistieken erop naslaat, is duidelijk een verhoging te zien in het jaarlijks aantal burn-outgevallen in Eurazië rond 2032. Ook frappant is het einde van deze piek in 2035, die exact samenvalt met de mondiale regulering van de informatieoverdracht op retinabasis.

Kentering
Nu, in 2050, zijn we ons veel bewuster geworden van de voor- en nadelen van informatieoverdracht. Rond 2014 was een eerste kentering in het bewustzijn te merken. In die tijd werd WhatsApp voor het astronomische bedrag van 19 miljard dollar overgenomen door de destijds populaire community-app Facebook. Op een totaal van 450 miljoen gebruikers kwam dit overeen met een bedrag van iets meer dan 42 dollar per persoon. Achteraf bezien een gigantische tech-bubble. 

Daarna ontstonden steeds meer initiatieven waarbij dit geld in meer of mindere mate naar de gebruiker werd teruggebracht. Rond 2020 kwamen de eerste ‘reciprociteits’-apps. Nu komt een behoorlijk deel van iemands inkomen voort uit het gebruik van commerciële informatiediensten. Als ik mijn archiefmateriaal doorkijk, moet ik glimlachen. Het was een tijd waarin nog krampachtig werd gevochten om de waarde van iemands digitale footprint. Bedrijven kochten footprints, zonder de eigenaars om toestemming te vragen. Dat was vragen om problemen, zoals we nu maar al te goed weten.

Volgende week een column over waarom de hegemonie van grafeen-chips maar tot 2030 heeft geduurd.

Deze blog is gescheven door Leon van den Bogaert, Ctac.

[Afbeelding: via]

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies