Skyrim-perikelen

Vorig artikel Volgend artikel
Skyrim-perikelen

De eerste worp Skyrim dlc is uit en dat is een gevalletje van goed nieuws/slecht nieuws. De laatste twee decennia gebeurde het niet eerder dat ik honderd plus uren aan een singelplayer-game wist te besteden. Het was op het laatst zo erg dat ik draken zag tijdens mijn dagelijkse (vroege) forens van Amsterdam naar Hilversum. Daarna maar even gestopt met het middeleeuws gejaag. Dat werd makkelijk gemaakt doordat ik de laatste queeste niet kon volbrengen door een bug. Maar goed, we zouden het over Dawnguard hebben. De dlc-code vliegensvlug richting de Xbox gezonden en ’s avonds zat ik klaar. Het was alsof ik in een warm nest stapte.

Alles was bekend en voor ik het wist was ik met een of andere oude opdracht bezig. Hoe ik de Dawnguard vrij zou kunnen spelen, ik had geen idee. Collega, PU-columnist en mede Skyrim-nerd Graddus bracht uitkomst en voila voor ik het wist zat ik ‘neck deep’ in vampiers. Vijftien uur later is het einde bereikt en zit ik met een dubbel gevoel. Hoewel Dawnguard een fantastische ervaring was, had ik toch ietsje meer verwacht. Het epische gevoel van ‘de echte game’ bleef achter. De speelvelden waren (vaak) oogstrelend, maar de opdrachten van a naar b naar c naar d enzovoort waren na een 14,5 uur best irritant. De dlc heeft één groot voordeel en dat is dat je ook na het einde weer door gaat spelen. Ik ben namelijk verdomde nieuwsgierig naar die legendary dragon die je moet verslaan en die sporadisch voorbij vliegt. Kan ik in de tussentijd mooi op zoek gaan naar hoe je een weerwolf wordt, want daar ben ik na dik 125 uur nog steeds niet achter.

Meer content

Jeroen van Trierum

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies