Nieuwe werkkostenregeling grote zorg voor Nederlandse bedrijven
Bijna de helft van de Nederlandse bedrijven ziet op tegen de invoering
van de nieuwe werkkostenregeling. Dit blijkt uit een enquête van SD Worx naar de verwachtingen op het gebied van HR voor 2010 – gehouden onder
ruim honderd HR-professionals. De werkkostenregeling maakt de omgang
met onbelaste vergoedingen en verstrekkingen eenvoudiger voor
werkgevers. Echter, het invoeren van deze regeling brengt veel extra
administratief werk voor HR-medewerkers met zich mee. Uiteindelijk moet
het een administratieve lastenverlichting opleveren van ongeveer 124
miljoen euro.
Met de komst van de werkkostenregeling bestaan er
met ingang van 1 januari 2011 nog maar twee categorieën van
vergoedingen. Dit zijn de gerichte vrijstellingen en de vergoedingen en
verstrekkingen die vallen onder een forfaitair gedeelte. Dit alles
betekent een vereenvoudiging van de salarisadministratie, maar stelt
tevens eisen aan de verantwoording van kosten in de financiële
administratie van bedrijven. Het merendeel van de respondenten geeft
aan huiverig te zijn voor de veranderingen in verband met mogelijke
contractaanpassingen die vervolgens kunnen leiden tot onvrede bij
medewerkers.
Overige veranderingen op het gebied van HR die
weinig sympathie krijgen van Nederlandse bedrijven zijn; de toename van
de werkgeversbelasting en de verhoging van de pensioenleeftijd. Vooral
deze laatste regeling stuit op verzet van medewerkers, zo verwachten de
respondenten. Bedrijven maken zich voornamelijk zorgen over de manier
waarop de nieuwe regelingen aan de medewerkers gecommuniceerd moeten
worden.
“Het invoeren van de werkkostenregeling heeft ook een
duidelijk voordeel voor bedrijven”, stelt Toon Nouwens, Managing
Consultant bij SD Worx. “Voor bedrijven die voor het forfaitaire deel
onder de grens blijven, biedt de regeling de mogelijkheid nieuwe
arbeidsvoorwaarden op te zetten die de overgebleven ruimte benutten.
Hierbij valt te denken aan een verruiming van de reiskostenvergoeding
in ruil voor minder loonsverhoging.”






